Chocolade

Met die rare steeltjes

In het knusse appartementje van Esmé, drie trappen hoog aan de Overtoom in Amsterdam, stond Gerard voor eerst in z’n leven oog in oog met bloemkool.

Zingend had ze het voor hem klaargemaakt. Het was een wonderlijk verhaal. Een modern sprookje, zouden ze het zelf later noemen.
Met z’n mooiste overhemd aan en de voor haar meegebrachte chocolaatjes op schoot zat Gerard op de oude tweezits in het woonkamertje van Esmé. Hij hoorde haar de laatste hit van Marco Borsato zingen in het keukentje, op de achtergrond het huiselijke gerammel van pannen. In de vensterbank lag een kat te slapen, een oude televisie stond in de hoek en op de koffietafel lag een dik boek over Spaanse schilders in de Tweede Wereldoorlog. Een ezelsoor op bladzijde 45. Ze zag er ook niet echt uit als een lezer.
‘Ik hoop dat je van bloemkool houdt,’ zei Esmé toen ze met twee pannen de kamer binnenliep. Op haar schort een afbeelding van een kat met een koksmuts op. Een pollepel had ze speels in haar haar gestoken.
Bloemkool! Gerard kreeg het acuut Spaans benauwd. Nee, natuurlijk houdt hij niet van bloemkool! Zijn er überhaupt mensen die van bloemkool houden? Bloemkool! Met die rare steeltjes waar eigenlijk ook weer een bloemkooltje op zich aan zit. Voedsel van de duivel noemt z’n moeder het en zo is het.
Ongemakkelijk draaide Gerard op de bank. Dit had hij weer. Hij had gewoon een patatje moeten halen bij Piets Frietpaleis, zoals elke woensdag. Maar nee hoor, meneer moest zo nodig gaan eten bij het enige meisje dat hij kende. Met haar pollepel.
Esmé leek zich van geen kwaad bewust. ‘Uit geloofsovertuiging en een beetje geldproblemen heb ik geen wijn in huis,’ zei ze, ‘maar met Roosvicee komen we ook een heel eind, toch?’
De kat in de vensterbank werd wakker en krioelde langs zijn benen. Ook dat nog, een hitsige kater.
‘Goh, bloemkool,’ zei Gerard en hij voelde al wat kots opkomen. ‘Dat je dat eh… eet.’
Esmé lachte, een beetje zoals de heks in Sneeuwwitje. ‘Natuurlijk eet ik dat! Je bent zo grappig, Gerard Horstendam!’
Ze schonk water bij haar bodempje Roosvicee. ‘He lekker, zei ze, ‘ik ben hier zo aan toe.’
Met haar rechterhand klopte ze op de zitting van de oude stoel tegenover haar. Een wolkje stof schoot omhoog. ‘Kom je ook aan tafel? En kun je Meneertje Snoezepoes ook meenemen? Hij vindt je aardig, volgens mij. Net als het vrouwtje.’
Langzaam strompelde de ter dood veroordeelde Gerard naar zijn laatste avondmaal. Meneertje Snoezepoes spinnend in z’n handen.
‘Nom nom nom,’ zei Esmé en ze schepte al wat bloemkool op het bordje tegen over haar. ‘Als de batterij niet leeg was, had ik er een foto van gemaakt met m’n telefoontje,’ zei ze. ‘Zo lekker ziet het eruit. Ik geef mezelf vier Michelinsterren!’
Gerard legde de kat op de stoel naast hem en nam een flinke slok Roosvicee. De smaakpapillen om de tuin leiden, dat was het plan. Waarom had dat mens geen wijn? Of bier? Alcohol maakt alles dood. Nog veel meer dan je lief is en zeker dit hellevoedsel van drie hoog aan de Overtoom. Hij pulkte een kattenhaar van zijn tong.
‘Eet smakelijk,’ zei Esmé en ze nam een grote hap bloemkool. En nog een. En nog een.
Met z’n vork porde Gerard wat in z’n hoopje rattenvergif.
‘Hé,’ zei hij, ‘wat is dat bruine? Dat hoort toch niet op bloemkool?’
Esmé lachte hard. Zo hard dat haar pollepel op de laminaatvloer kletterde. Meneertje Snoezepoes sprong geschrokken van de stoel en rende de keuken in. ‘Dat,’ riep Esmée luid, ‘is een wereldberoemd chocoladesausje, Gerard Horstendam! Uit het boek van Jamie Oliver!’
Gerard veerde op. Chocolade! Maar dat veranderde alles. Als hij ergens gek op was, dan was het wel op die bruine zaligheid uit de hemel. Chocolade was altijd de oplossing. Hij smeerde het op alles: boterhammen, speklapjes, sinaasappels en god mag weten op wat nog meer. Aangespoord door zijn bruine redder op het witte paard, nam hij een hap bloemkool bedolven onder het goddelijke sausje. En nog een. En nog een. Het onmogelijk was gebeurd: Gerard Horstendam zat bloemkool naar binnen te schrokken, drie hoog aan de Overtoom.
‘Dat vind je lekker, hè,’ zei Esmé en ze aaide over z’n arm. ‘Kijk die meneertje Horstendam eens smullen.’

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *