Bijgeloof

Vrouwen met katten

Ze lagen op bed, hij op zijn rug, zij op haar buik. De deken gleed nog net niet van haar billen af. Ze had zijn rechterhand vast, vingers verstrengeld. Met zijn linker rookte hij met diepe geoefende halen een sigaret.

katZe liet haar hoofd op haar arm rusten, keek naar zijn profiel. De sterke neus, de donkere wimpers. Zijn lippen, een beetje geopend om de rook naar buiten te laten glippen. Ze maakte haar hand los van de zijne en liet haar vingers over zijn wenkbrauwen gaan. Hij lachte zonder haar aan te kijken en nam nog een trekje.
De kat sprong op de dekens, voorzichtig met zijn zachte pootjes tussen hen in. Ze aaide zijn koppie.
‘Zo lief dat ‘ie nu pas komt. Hij voelt dat hij ons niet mag storen.’
Hij knikte. ‘Dat is ‘m geraden.’
Ze rolde op haar rug en trok de kat op haar buik. Al gauw nadat ze hem uit het asiel had opgehaald, kwam ze erachter dat, als ze hem maar lang genoeg aaide en haar hoofd op zijn zachtbehaarde buik legde, ze het spinnen kon horen. Niet zacht en pruttelend, maar een doordringend, onverstoorbaar geronk. Net een motortje. Ze noemde hem Diesel.
‘Diesel vindt je leuk. Hou je van katten?’
Hij grijnsde en drukte met een lome hand de sigaret uit op de krant naast haar bed.
‘Ik vind niet zo veel van katten. Maar vrouwen met katten…’
‘Zegt dat iets over een vrouw?’
‘Het is een slecht teken. Vrouwen met katten claimen. Ze zijn bang om alleen te zijn. Ze nemen zo’n beest om het gevoel te hebben dat er iets op hen wacht als ze thuiskomen.’
Ze zweeg. De spinnende kat op haar buik leek ineens misplaatst. Ze duwde hem weg en rolde zich om.
‘Denk je dat ik bang ben om alleen te zijn?’
Hij lachte weer, ogen naar het plafond. ‘Vrouwen met katten in het algemeen, bedoel ik natuurlijk. Jij bent een geval apart.’
Ze fronste. ‘Een geval apart?’
‘Voor jou gaat dat hele verhaal niet op. Maak je geen zorgen.’
‘Ik maak me geen zorgen.’
‘Gelukkig maar.’
‘Maar jij denkt vrouwen te doorzien omdat ze toevallig een kat hebben?’
Hij richtte zich op op één elleboog en keek haar aan. ‘Is het niet waar dan?’
Ze zweeg weer. Hij zei niet eens ‘nou dan’, wachtte niet op een antwoord, maar stapte uit bed en begon zich aan te kleden. Voor hij haar appartement verliet kuste hij haar en fluisterde in haar oor.
‘Dag, kattenvrouwtje.’
Ze durfde hem niet meer te vragen wanneer ze hem weer zou zien.
De deur sloeg dicht en ze kroop weg onder de dekens. Ze begroef haar hoofd in de zachte buik van de kat en wachtte tot het geruststellende geronk haar gedachten overstemde.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *