Amsterdam

Met vallen en opstaan

Maandag. Zuchtend sta ik op en zuchtend slof ik naar de spiegel. Er zitten minstens vier pukkels op m’n gezicht die er niet zouden moeten zitten en de wallen onder m’n ogen zijn nog dieper dan die van mijn docent wiskunde uit de eerste klas.

Maar wat geeft het? Met een helm op valt het toch wel weg. Ik ben een 35-jarige mislukte lul. Ik zit graag thuis met m’n kat, heb geen vriendin. Wel twee vrienden waar ik soms wat mee ga doen. Dan koken we bruine bonen. Doen we al jaren op die manier en waarschijnlijk blijft het ook nog jaren zo.

Een uur later sta ik te wachten op de eerste toeristen. Edgar is er nog niet. Die zal wel hebben liggen beuken met een of ander Antilliaans wijf. Dat is wat hij doet. Dat zei hij ook toen ik vroeg wat hij wilde worden, later, als hij bij dit hol weg was. “Barry,” antwoordde hij, “ik ben al wat ik wilde worden. Ik ben Antillianenbeuker.”

Er komen twee mannen en drie vrouwen binnen. Een groepje Amerikanen. Ik haat ze. Amerikanen zijn de ergste toeristen die er zijn. Ze zijn dik, arrogant en irritant. En dat gewicht van ze is ook niet goed voor m’n Segways. Het zal niet de eerste keer zijn dat zo’n ding geveld wordt door een zwaarlijvige Amerikaan met de naam George, of Kevin, of Britney. Laatst ook nog, stond er een Sarah te kirren van plezier op een piepend, langzaam doorbuigend Segwaytje. De hele situatie had veel weg van een olifant op een touwbrug. We waren net te laat. Segway 12 was gestorven. Het was maar goed dat mevrouw van tevoren een disclaimer had ingevuld. Het schaafwondje op haar arm was minuscuul maar aanwezig.

Ze rijden achter me aan, zo goed en kwaad als het gaat. Over de Wallen, natuurlijk. Dat is wat Amerikanen willen zien. Bij elke pornowinkel of seksuitbater wordt er gestopt en moeten er foto’s worden gemaakt. Daar staan ze dan, op hun Segways, naast elkaar, voor een bordeel. En ik foto’s maken. Op de achtergrond zie ik de hoeren van dienst hun middelvingers opsteken. De paar Amsterdammers die er lopen lachen ons uit. Ze zien dat ik de Nederlander ben. Ze zien dat ik vrijwillig op een volkomen idioot apparaat ben gaan staan om volslagen debielen rond te leiden door de volmaakt geflipte wereld die de rosse buurt heet. Ik zou ook lachen.

Als we terugkomen is Edgar er ook.

“Ha Bar, hoe is-ie gast? Is er nog eentje doorheen gezakt?”

Ik schud van niet en loop door naar achteren, naar het toilet. Er hangt een spiegeltje en ik kijk erin. M’n helm zit nog op m’n hoofd. M’n gezicht is helemaal niet weggevallen. Overal is ‘vijfendertig’ te lezen. Ik ben een burgerlijke lul. Ik sta vrijwillig op Segways, al jaren.
Ik geef over.
Edgar kijkt net om het hoekje van de deur.

“Zijn de bruine bonen verkeerd gevallen?”

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *