Factor 50

Noemenswaardig trammelant

Het begon als een doodnormale zaterdagavond. Samen met mijn goede vriend Anton Knollema zat ik in onze Glimmense stamkroeg De Kotsbeker. Rond een uurtje of acht hadden we ons gesitueerd op onze vaste plek aan de bar en dronken daar onze biertjes in de gebruikelijke stilte. Anton Knollema houdt niet van nodeloos gezever en ik, Gerard Gortworst, ben er ook niet zo happig op. Het is de stabiele basis waarop onze vriendschap al jaren drijft.

Het moet rond half elf geweest zijn dat ik een andere sfeer in de Kotsbeker begon waar te nemen. Ik herinner mij dat nog goed, want ik zei het volgende tegen Anton Knollema: ‘Zeg Anton Knollema, goede vriend van me, niet om het een of ander, en ik wil u zeker niet storen in uw wekelijks drinkgebeuren, maar het is nu half elf en volgens mij begint de sfeer in onze stamkroeg De Kostsbeker dusdanig te veranderen dat ik het waarneem en u wil mededelen.”
Anton Knollema had een slok van zijn vijfde biertje genomen en geknikt. Zoals mannen van weinig woorden dat altijd doen: drinken en knikken.

Maar het zat mij niet lekker. Een paar minuten geleden waren exact vijftig luidruchtige studenten de Kotsbeker binnengestommeld en volgens mij waren zij in al hun jeugdige onbezonnenheid debet aan de plotselinge sfeerverandering. Eddy McMuffin, de Ierse barman die al negentien jaar in Glimmen woont maar nog steeds de grootste moeite heeft met de Nederlandse taal ondanks de vier maanden durende cursus die hij trouw had gevolgd bij de eenbenige weduwe Fransien Pennenlikker, wonend aan de Burgermeester Emmenslaan 34 in ons prachtig Groningse dorp, had het ook al in de smiezen. Voorovergebogen over de bar had hij zijn groeiend wantrouwen jegens de nieuwe klanten tegen mij geuit: ‘You know Kerard Kortworst, ik keloof dat die kroep students die net is binnenkekomen, de sfeer in jullie stemkroek The Kotsbieker dusdanik aan het veranderen zijn.’

Ik moest daar toch weer om lachen. Eddy McMuffins gewoonte om g’s uit te spreken als k’s bleef, zelfs na al die jaren, vermakelijk. Ook mijn goede vriend Anton Knollema kon een lachje niet onderdrukken, echter was het volgens hem niet humoristisch genoeg om er de gebruikelijke lachgeluiden en buikschuddingen bij te produceren.

Eddy McMuffin, de Ierse barman die negentien jaar geleden in Glimmen was komen wonen omdat hij dacht dat de vrouwelijke inwoners en masse als een blok zouden vallen voor z’n onweerstaanbaar geachte Ierse accent, maar naar verluidt uiteindelijk alleen het bed had gedeeld met de eenbenige weduwe Fransien Pennelikker, destijds aan de Burgermeester Emmenslaan 34 in ons prachtig Groningse dorp, werd steeds zenuwachtiger. ‘Miskien moet ik de police bellen, Kerard Kortworst,’ zei hij op z’n karakteristieke kolderieke manier.

Die voorgestelde actie ging mij dan weer net iets te ver. De exact 50 studenten hadden immers nog niet voor enig noemenswaardig trammelant gezorgd. En wanneer u de politiemacht van Glimmen op zaterdagavond uit hun stamkroeg De Braakpot wilt optrommelen, moet er wel degelijk sprake zijn van noemenswaardige trammelant. Zoveel hadden Anton Knollema en ik wel opgestoken van het traumatische Sjoelincident van achttien jaar geleden tijdens het zwangerschapsfeest van de eenbenige weduwe Fransien Pennelikker, nog immer wonend aan de Burgermeester Emmenslaan 34 in ons prachtig Groningse dorp. Dit zei ik ook tegen Eddy McMuffin, de Ierse barman, echter met iets minder woorden want we moesten het drinken niet vergeten: ‘Wacht, Eddy de Ierse Barman.’

Onderwijl had mijn goede vriend Anton Knollema het toilet wederom met een bezoekje vereerd. Sinds het vier jaar geleden plaatsgevonden ongeluk op de Van Asseltstraat, ter hoogte van de semi-illegale slagerij Het Beunhaasje, heeft hij de grootste moeite met urineren. Anton Knollema heeft mij dat nooit in die exacte woorden verteld, maar dokter Van Kleumingen had hem destijds voor zover mogelijk geholpen met de penibele situatie rondom de plasbuis en in zijn medisch woordenboek ontbreekt de term Beroepsgeheim sinds mensenheugenis, dus een dag later stond het al te glimmen in de Glimmen Gazet. De veelzeggende kop “Anton K. Plast Nu Jankend Van De Pijn” had direct mijn aandacht getrokken bij het routineus onverschillig doorbladeren van Glimmens enige dorpsorgaan sedert 1867. Over de nieuwswaarde van het bericht kon men twisten, maar dat het enkel en alleen over mijn goede vriend Anton Knollema kon gaan, leek mij zo helder als helder water in een schoon glas. Zeker wanneer men in acht nam dat die andere Anton K. uit ons prachtig Groningse dorp, de exhibitionistische hoefsmid Anton Kampzaad, het traumatische Sjoelincident destijds niet had overleefd, menig goedbedoelde hartmassage ten spijt.

Met enige vastberadenheid bleven Anton Knollema en ik, Gerard Gortworst, onze zaterdagavondbiertjes nuttigen op onze vaste plek aan de bar. De dreiging van van noemenswaardig trammelant bleef echter in de lucht hangen en ontspon in een gespannen sfeer in onze stamkroeg De Kotsbeker.

Toch kwam het uiteindelijk niet tot een Glimmen Gazet waardig incident. Rond de klok van half twaalf had de knapste van de exact 50 studenten het sublieme plan opgevat om hun wekelijkse drinkgelag voort te zetten bij hem thuis, aan de Burgermeester Emmenslaan 34 in ons prachtig Groningse dorp. Dit tot groot genoegen van de Ierse barman Eddy McMuffin en ik, Gerard Gortworst. Waarschijnlijk kon mijn goede vriend Anton Knollema het ook wel waarderen, maar omdat die al weer stond te schelden in de toiletten, kon ik dat niet zo gauw bevestigd krijgen.

Standaard