Kop-staartbotsing

Aftellen

Het verbaast me hoe weinig ongelukken er gebeuren op Vlieland. Nu ook weer: wij peddelen slingerend op een tandem door de Dorpsstraat. Om ons heen lopen kinderen, fietsen vaders, kijken moeders, zitten vijftigers en flirten tieners. Ieder heeft zijn plaats, ieder kent de prioriteit. We zijn een efficiënt volkje. Nog 18 kilometer.

Achter m’n rug hoor ik mijn vriendinnetje neuriën. Even later zingt ze een zinnetje zes keer en kan ik haar dus als tevreden bestempelen. Hoe meer geluid ze maakt, hoe gelukkiger ze is. Daardoor ben ik gehecht geraakt aan haar geluidjes, aan haar pogingen tot kwispelen, haar stralende ogen. En het kan ook niet anders dan dat ze nu gelukkig is. Links van ons het openliggende wad, waar lepelaars scharrelen en krabben vluchten voor hun leven. Rechts van ons de duinen. Onder ons een knisperend schelpenpad en boven ons een blauwe lucht waar hier en daar een schapenwolkje in is geplakt. Nog 15 kilometer.

We laten onze fietsen achter en klimmen over de duin naar het strand. Het is laagwater en de zee golft ver bij ons vandaan. Door het mulle zand stampen we naar de vloedlijn en lopen we langs de duizenden schelpen die daar elke zes uur gedumpt worden. Om de 300 meter ligt een strekdam in zee. Meeuwen zijn daar de baas en verjagen schreeuwend en poepend alles wat menselijk lijkt. Nog 8 kilometer.

Op de dorre vlakte van de Vliehors groeit maar één plantje: zeekraal. Een prachtig groen organisme dat eruit ziet alsof er allemaal groene korrels rijst in een treintje aan elkaar zijn geplakt. Net als die korrels rijst kan je zeekraal ook eten, het smaakt naar zoute rucola en ik vind het heerlijk. M’n vriendin kijkt een beetje vies als ze het probeert. Niet haar ding. Nog 4 kilometer.

We zijn bij het reddinghuisje, een wit gebouwtje op hoge houten palen. Vroeger konden drenkelingen hier wachten tot het springtij wegtrok. Tegenwoordig verzamelen jutters hier de gekste dingen, van losgeslagen boeien tot verdronken tv’s. Je moet eten, op zo’n lange wandeling, maar meer dan een krentenbol krijg ik niet door m’n keel. Het meisje van m’n dromen fladdert heen en weer langs de leuke spulletjes die ze ziet. We gaan verder. Nog 2 kilometer.

Het is een mix van drijfzand en modder waar we nu doorheen stappen. Het kietelt tussen je tenen. Nog 800 meter.

Dit steigertje op de meest westelijke punt van Vlieland wordt gebruikt voor een onregelmatige veerdienst tussen Texel en Vlieland. Als je aankomt vanaf Texel is er een grote truck die je naar het bewoonde gedeelte van Vlieland brengt. Nu zijn we alleen. We beklimmen de steiger. We zijn opgelucht dat we het gehaald hebben. Ik zweet een beetje. Nog 10 meter.

0 meter. Ik buig mezelf op één knie. Dan neemt m’n instinct het van me over. Ik zeg dat ik geen dag meer zonder haar kan, misschien nog wat andere dingen. Ja, zegt ze. Ze hinnikt een beetje, geschrokken. Ik grijns gedrogeerd. We knuffelen, kussen, lachen. Ze draait zich om naar de zee en kijkt over haar schouder naar mij met de best mogelijke ogen. Ik omhels haar vanachter en begraaf mijn hoofd in haar staart. De beste kop-staartbotsing die je je kan wensen. Nog een heel leven voor ons.

Standaard