Tampons

Het kan altijd erger

Yuri de Jonge, schrijver van beroep, zag zijn mooie vrouw op hem afkomen.
‘Lukt het een beetje?’

Ze kneep in zijn schouders, maar hij reageerde niet. Toen ging ze in kleermakerszit op de bank zitten.
‘Schrijf anders een boek over mij,’ zei ze.
‘Het gaat hier om de inhoud, niet om de vorm.’
Hij voelde hoe ze naar hem keek terwijl ze opstond en wegliep. Hij keek haar na en besloot dat ze ongelofelijk ongesteld moest zijn; gisteravond had ze hem weer de daad geweigerd.

Zijn debuutroman ging over autobiografische seks en de dingen die daartoe leiden in een jong mannenleven. En over de trieste reden dat hij zo’n buitensporig leven leidde, maar dat was voor hem en zijn publiek bijzaak. Wie wilde er nou niet lezen over de Nieuwe Adonis van Amsterdam? Het boek was vooral voor vrouwen bedoeld, maar ook mannen kochten het. Mannen met de ambitie om ooit deel uit te maken van een Bende van Ellende of, zoals in het boek van Yuri, het Leger van het Leidseplein.

Zijn redactrice had hem in hun laatste vergadering aangeraden vooral meer van hetzelfde te schrijven, met een schepje erbovenop. Maar er gebeurt de laatste tijd zo weinig, had hij gezegd.
‘Dan zorg je maar dat er iets gebeurt, Yuri. Of je verzint wat. Je bent schrijver hè, vergeet dat niet,’ zei ze met een glimlach.
Dat was natuurlijk onzin, dat wist zij ook wel. Maar hij bracht geld in het laatje, deze knappe jongeman. Na het vruchteloze gesprek had hij haar zoals gewoonlijk nog even vurig gebeft. Als de beste uiteraard, zoals alleen schrijvers dat kunnen.

Telkens dacht hij aan haar woorden als hij weer aan Manuscript2.docx zat te werken. Hij was een schrijver en ja, hij moest gewoon weer eens iets meemaken.
Hij staarde naar de muur en dacht aan de schrijversschool, waar hij van zijn schrijfjuf had geleerd dat het altijd erger kon. Ze had hem verteld het op een briefje te schrijven en op te hangen in zijn schrijfkamer, daar waar hij het altijd kon zien.
Yuri staarde naar het briefje en knikte om de aankomst van de boodschap te bevestigen. Het kon ook altijd erger, dat was zo. Hij knikte nogmaals en stond op. Hij riep haar terwijl hij de lege keuken inkeek. Hij riep haar weer, en snelde door het huis. Hij trok de badkamerdeur open, maar ook daar was ze niet.
‘Justine! Waar zit je?’
Voor hij de slaapkamerdeur openrukte, had hij zijn broek al losgemaakt. En of ze eens wat mee zouden maken. Maar ze lag niet in bed. Ze stond zich ook niet aan te kleden of op te maken. En ze stond haar haar niet te borstelen en ze lakte ook haar tegennagels niet. Ze deed niks van dit alles. Yuri bleef maar staren naar het touwtje dat tussen haar levenloze benen bungelde.

Hij pakte papier en een pen uit de la van zijn bureau en schreef: ik ben een schrijver. Met een klein reepje plakband hing hij het aan de muur. Toen ging hij ervoor zitten.

Standaard