De 10 geboden

De jongen met de hoed

En hier is Anouk!’, hoorde ze door de aula schallen. Met tegenzin beklom ze het kleine, geïmproviseerde podium. Ze keek het publiek in. Tweehonderd ogen keken terug. Ze sloeg de hare neer. Ze had Rob zien staan en hoopte dat hij actie zou ondernemen, maar ze wist al dat hij dat niet zou doen. Hij had immers een relatie.

Haar broek zat te strak. De ruwe spijkerstof sneed in haar buik. Ze probeerde haar buik in te houden, maar het deed pijn. Van de zenuwen had ze tijdens het avondeten veel te veel gegeten. Ze rook zichzelf. Een zure zweetlucht steeg op uit haar poriën en zette zich vast in haar kleding. En dat terwijl ze het ijskoud had. Soms voelde ze haar tepels verstijven en ze vervloekte zichzelf omdat ze geen beha met kussentjes aan had gedaan.

‘Doe het toch gewoon’, had Mariëlle drie weken geleden gezegd. ‘Het is hartstikke leuk. Je staat echt niet voor schut.’ Zij had makkelijk praten, met haar onuitputbare kledingkast vol hips waar zelfs Addy van den Krommenacker een moord voor zou doen. Twee dagen later had Mariëlle haar ingeschreven met de woorden: ‘Stop met zeuren. Wie weet wat er van komt.’

Nu zag ze Mariëlle in de zaal staan. Haar vriendin leek zich net zo ongemakkelijk te voelen als zij zelf. Ze luisterde met open mond naar de omroeper, die Anouk omschreef als ‘een leuke 19-jarige, die in Haarlem woont en van hobby’s houdt’. Zelf lachte hij smakelijk om zijn grap. Anouk kon wel door de grond zakken. En Mariëlle ook, zo te zien.

Ze kneep haar ogen een beetje dicht en keek naar Rob. Mooie, leuke, onbereikbare Rob. De knapste van de school, de populairste van de derdejaars, de slimste van de klas. Die combinatie zorgde er voor dat hij ‘liefje’ mocht zeggen tegen Babette. Ook de knapste van de school, de populairste van de derdejaars, de slimste van de klas. Maar dan de vrouwelijke versie.

Het bleef ijzingwekkend stil in de aula. Niemand zei iets. Niemand riep iets. De stilte was als een deken over de studenten heen gevallen. Anouk sloeg haar ogen weer neer. Ze wilde weg.
Ze wilde als een malloot naar huis fietsen en daar huilend de koelkast plunderen. Eten en vergeten.
Iemand kuchte. Zenuwachtig gegiechel kwam van rechts. Anouk beeldde zich in dat het Babette was, maar Babette was veel te aardig om anderen uit te lachen.

‘Tien euro’, verbrak iemand de stilte. Geschrokken keek Anouk wie zich had opgeofferd een avondje met haar uit te gaan. Achterin de zaal stond een jongen met een hoed op zijn hoofd. Hij hield zijn arm in de lucht. Ze kende hem niet.
De veilingmeester leek opgelucht. ‘Ja! Er is tien geboden!’, riep hij door zijn microfoon. ‘Wie biedt meer? Niemand meer dan tien euro? Eenmaal, andermaal… verkocht voor tien euro aan de man met de hoed!’

Standaard