Moord

Uiteindelijk hield ze zelfs in zijn dromen haar mond

Ze hebben hun best gedaan om zo veel mogelijk wit te maken. De muren, de lakens, het houtwerk, de vloer. Wat niet wit is, is grijs of glanzend chroom.

Ze hebben Theo zijn eigen kamer gewezen. Op het voeteneind van het bed ligt netjes opgevouwen het beddengoed, ook wit, en aan de muur erboven een magneetbord om te vullen naar eigen wens. Alsof hier mensen komen die kaarten krijgen. Een kast voor kleding en andere persoonlijke bezittingen. Een bureau met een computer, waarvan hij de internetverbinding moet verdienen door goed gedrag.

Tweemaal per week moet Theo op gesprek. De man met wie hij praat is een jonge dokter, die dure pakken draagt en een dik zwartomrande bril. Ze hebben het over Theo’s jeugd. De dokter vraagt naar zijn moeder: wat betekende ze voor hem? Was ze vaak thuis? En hoe was de relatie met zijn vader? Theo geeft antwoord op de vragen en blijkbaar doet hij het goed, want de dokter knikt en glimlacht en noteert iets in het boek met de zwarte kaft. De pen stopt hij in het borstzakje van zijn overhemd.

Theo mag zelf kiezen of hij in de ochtend of in de middag naar buiten wil. Er is een binnenplaats met een tuin, een cirkelvormig grindpad en bankjes. In het midden staat een boom waarin merels nestelen. Soms, als Theo zijn ogen dichtdoet en zijn wang tegen de stam legt, heeft hij het gevoel dat hij in zijn eigen tuin staat. De merels daar komen elk jaar terug.

Ze serveren Hollandse pot en op zaterdag Italiaans of Aziatisch. Het eten is niet van de kwaliteit die Theo gewend is en hij krijgt last van zijn maag.

Als hij de voorkeur geeft aan eten op zijn kamer vinden ze het goed, maar hij dineert liever met het gekletter van andermans bestek in zijn oren dan met op de achtergrond de lege stemmen van zijn tv. Het herinnert hem aan de restaurants waar niet meer zal komen.

Al in de eerste week ontdekt Theo dat de klok die overdag onhoorbaar is, genadeloos door zijn slapeloze nachten tikt. Het matras is harder dan thuis en de kussens zijn te slap. De jonge dokter schrijft een slaapmiddel voor, wat niet alleen helpt tegen het wakker liggen maar hem ook zijn dromen beneemt. Theo stopt met het innemen van de pillen, al zegt de dokter dat het verstandiger is van niet.

Elke week wordt het tikken een beetje minder luid, klinken de merels meer als de merels van hier dan die van thuis. Elke week raakt zijn maag meer gewend aan het eten en hoeft de dokter minder vragen te stellen. Het verhaal komt nu vanzelf. En elke week wordt gillen in zijn hoofd ietsje minder hard.

Standaard