Bevroren

Bij de winterpenen sloeg ik rechtsaf

Ik wandelde naar de supermarkt. Dat is een beste tippel, maar ik vind het niet erg om daar de tijd voor te nemen. Dat wil zeggen, wanneer ik die tijd heb. En dat had ik gistermiddag, want het nieuwe jaar staat voor de deur en van de baas moeten de vrije dagen opgemaakt worden want anders ben je ze kwijt en dat zou zonde zijn, nietwaar?

Dus ik liep naar de Albert Heijn. De kraag van mijn jas hoog opgetrokken, het was inmiddels echt winter geworden. Vier nachten achterelkaar had het stevig gevroren en bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel werd al hardop gedroomd over de Elfstedentocht. Vanmorgen hoorde ik overigens dat mijn buurman een heel andere oer-Hollandse traditie van zolder had gehaald: vloeken als een dronken zeeman en de voorruit krabben.

Afijn, ik wandelde rustig richting het winkelcentrum. Een stukje slenterde ik zelfs. Zo nu dan passeerde een fietser mij en ik dacht na over de te kopen ingrediënten voor het nog te kiezen avondeten. Dat gaat goed tijdens het lopen, een beetje mijmeren over dingen. Grappig ook hoe dat werkt, als je de tijd hebt. Dan denk je op het ene moment aan boerenkool met worst, en omdat je moeder daar een verrassend recept voor heeft, gaan je gedachten ineens naar haar, dan besef je dat het al drie weken geleden is dat je hebt gebeld en mag ik eigenlijk al bijna een nieuwe telefoon uitzoeken bij mijn provider of loopt mijn contract nog een jaar door?

Net op tijd zag ik dat het stoplicht op rood stond. Ik was al aan de rand van het centrum en aan de opgehangen kerstversiering te zien moest het hier reuze gezellig zijn. Niet wachtend op groen, stak ik snelwandelend over na de laatste auto van rechts. Ik had ineens haast. Als je eenmaal een paar jaar woont in Amsterdam krijgen stoplichten dat effect op je. Wachten is voor provinciale losers.

Ik beende de Albert Heijn van bestemming in. Bij de winterpenen sloeg ik rechtsaf en bij het tijgerbrood links. Slalomde om de bejaarden bij het koffiezetapparaat en sneed een stel scholieren af bij het Red Bull-eiland. Stevig stapte ik voorbij de roze koeken, de pakken chocomelk en stapels ontbijtkoek. Voordat ik het wist sloot ik aan in de kortste rij van de zes aanwezige pinkassa’s zonder ook maar iets in mijn mandje. Ik groette de kassière, rekende een pakje Sportlife af om toch iets af te rekenen en stond weer buiten met een nieuw persoonlijk record op de klok.

Ik snoof de koude lucht vermengd met uitlaatgassen en iets dat rook naar verbande falafel. Manisch kauwend op een gloednieuw kauwgumpje snelde ik me richting de tramhalte. Daar werd ik elke minuut die ik langer moest wachten op die klotetram die altijd, maar dan ook altijd vertraging had, bozer op de wereld.

Die avond at ik een diepvriesmaaltijd en ontfutselde Matthijs in een razend tempo bij een rayonhoofd de dikte van het ijs in Bartlehiem. Met de bitterkoude mededeling dat er echt nog wel een paar vriesnachten overheen moeten, nam de presentator geen genoegen.

Standaard