Bevroren

Het miezerige bestaan van een halfgodsdochter

Medijsa werd als Lilhuckding geboren uit de halfgoden Suph Cop en Dohme Dows. Haar jeugd was vervelend. Op de basisschool zat ze tussen nakomelingen van Perseus en Zeus. De slimmeriken van het universum. De heersers. De verwende apen. Als Selphy -achterkleinzoon van Zeus- om bliksem vroeg dan kréég hij bliksem. Er waren maanden bij dat het continu bliksemde, omdat dat kuttekopje zo van de flitsen hield.

Lilhuckding was als nazaat van twee miezerige halfgodjes het lachertje van de klas. Het losertje dat
-na Ajax, ook zo’n sukkel- als laatste werd gekozen met gym.

Tegen de tijd dat ze twaalf was, had ze zo’n typhushekel aan haar klasgenoten dat ze op zoek ging naar hun geschiedenis. Naar hun voorvaderen. Op zoek naar nog meer om te kunnen haten. Haat was haar redmiddel. Dat hield haar op de been.
In de bieb las ze over Medusa, de Gorgoon die door Perseus onthoofd werd. De fascinatie sloeg in als een bom. Lilhuckding leek bij het zien van een foto al te verstenen. Ze dacht de slangen op het hoofd van de vrouw te horen sissen. Medusa’s kracht, mensen in steen veranderen, was ongeëvenaard.
Vanaf dat moment was Medusa haar grote heldin.
Omdat Lilhuckding voorwerpen in ijs kon opsluiten, besloot ze zichzelf Medijsa te noemen en net zo goed te worden als haar voorbeeld. Ooit zou ze personen in een klomp ijs kunnen vastzetten, zo nam ze zich voor. En als het zo ver was, zou ze wraak nemen op haar klas.

Jarenlang oefende Lilhuckding. Ze begon met baby’s bij het consultatiebureau. Toen dat goed ging, oefende ze bij de kleuterschool en daarna vertrok ze van basisschool naar middelbare school. Het verijsen vereiste opperste concentratie, dus als ze een paar slachtoffers in ijs had gevangen ging ze naar huis om te slapen. Haar laatste oefenproject vond plaats in de kantoortuin van Heras Hekwerk. Ze sloot tien volwassenen in een klomp ijs en ging tevreden naar huis om drie maanden te slapen. Toen ze wakker werd, schreef ze de uitnodigingen voor de basisschoolreünie en bracht ze naar het postkantoor. Ze voelde zich fantastisch. Ze kon wat Medusa kon: anderen voor eeuwig tot stilstand brengen.

Nadat ze haar klasgenoten vanmiddag stuk voor stuk had verijst, had ze geroepen: ‘Ik ben Medijsa! Fan van Medusa! Jullie opa heeft haar onthoofd! Dit is mijn wraak! Ik heb jullie voor altijd opgesloten in ijs!’ Ze wilde er nog ‘muhahahaha’ aan toevoegen, maar dat ging haar te ver.
Ze had het haardvuur wat opgestookt, omdat al het ijs de kamer kil maakte. Bij het vuur was ze in een diepe, droomloze slaap gevallen.
De eerste gniffel, notabene die van Selphy, wekte haar. Het gegrinnik van haar ontdooide klasgenoten groeide uit tot oorverdovend gelach. Ze stonden om haar heen, wezen naar haar, lachten haar uit, riepen hoe dom ze was.
Lilhuckding verborg haar gezicht in haar handen. Hete tranen bevroren op haar wangen.

Standaard