Turkse schoonmaakster

Café Vroeger

Het was nogal een ontboezeming voor een maandagavond in café Vroeger, maar Anja deed alsof het niets was en dronk rustig haar glas rode wijn leeg. Haar nonchalance deed me goed.

Anja had ik ontmoet tijdens het introductieweekend van de studie Bedrijfskunde en we trokken dat eerste jaar veel met elkaar op. We bewogen ons in dezelfde cirkel met dezelfde projectgroepjes, dezelfde studievrienden en dezelfde grappen. Maar veel verder dan dat kwamen we niet.
Toch bleven we na ons afstuderen contact houden en eens in de zoveel weken spraken we met elkaar af onder het motto “gewoon een drankje doen, even bijpraten”. Op haar initiatief, ik vond het prima zolang het maar niet op een Champions League dinsdag of woensdag was.
Op die bijpraatavonden ging het heel even over het nu en daarna vooral over het toen. In een aflevering van The Soprano’s zegt maffiabaas Tony Soprano een keer geërgerd dat herinneringen ophalen de goedkoopste manier van converseren is. Daar moest ik de laatste avonden vaak aan denken als een mislukte presentatie of het tegenwindkapsel van de studieloopbaanbegeleider weer op de cafétafel werd gegooid. Dit was allemaal zonder waarde. We hadden enkel het verleden: geen heden en daarom ook geen noemenswaardige toekomst.
Ik nam me voor het die maandag maar eens aan te snijden in café Vroeger. Aansnijden en mededelen dat ik er klaar mee was. Op de fiets er naar toe oefende ik het gesprek. Ik zou haar vragen om die anekdote over de ongewenste zwangerschap van dat ene meisje wiens naam we altijd vergaten, even te parkeren. Dan begripvol kijken en een zin beginnen met “Anja, luister”.
Ik maakte mijn fiets vast aan de brug, bestelde drank aan de bar en voor even verliep de avond als alle andere avonden. Maar toch was er al iets veranderd. Nu ik wist dat het einde in zicht was, genoot ik meer dan ooit van het verhaal over de gestolen tentamenvragen.
Een warme gloed trok door mij heen. Misschien is een gedeeld verleden juist de ideale voedingsbodem voor een gezamenlijke toekomst. Hier tegenover me zat iemand die ik kon vertrouwen. Ze had me immers ook niet verraden bij de examencommissie.
En zo kwam het dat ik na het vijfde biertje eruit floepte dat mijn ouders gescheiden waren en ik mijn moeder al jaren niet meer had gezien. En dat ik niet wist of haar absentie iets was om me zorgen over te maken. “Joh,” had ze geantwoord, “ik ben praktisch opgevoed door Ceren, onze Turkse schoonmaakster. Ik begrijp precies wat je bedoelt.”

Standaard