De bloemetjes en de bijtjes

Geplukt

Tot haar knieën stond ze in het gras.Tussen de hoge groene sprieten overheersten de kleuren rood, paars, wit en geel. Hoe verder ze keek, hoe kleurrijker het veld zich uitstrekte. Alsof Van Gogh het live voor haar schilderde. Ze wist dat ze de rode klaprozen beter niet kon plukken omdat ze dan in haar hand uit elkaar zouden vallen.
En er was al zoveel uit elkaar gevallen.

Drie weken geleden was hij begraven, maar ze was nog niet naar zijn graf geweest. Bang voor wat ze aan zou treffen. Ze wist niet zeker of het gebruikelijk was om linten met tekst al meteen van bloemstukken te halen en ze had geen zin om van anderen te lezen hoeveel ze van hem hielden en hoezeer ze hem zouden missen. Haar eigen gemis ging al door merg en been. Daar had ze genoeg aan. Bovendien was ze bang zijn vrouw of kinderen te treffen op het kerkhof.

Ze plukte witte, gele en paarse bloemen. Soms kwam ze blauwe tegen, die ze ook in haar boeket stak. De rode liet ze staan, hoewel ze wist dat hij rood een mooie kleur vond. Hij zei altijd dat hij haar haren zo oogverblindend vond. ‘Zei’ en ‘vond’… ze merkte dat ze in verleden tijd aan hem begon te denken. Ze kon alleen maar aan hem denken. Over hem praten was geen optie. Niemand in haar omgeving wist van zijn bestaan. Zelfs haar man niet. Zeker haar man niet.

Gelijk aan hun ontmoetingen was hun afscheid elke keer vluchtig en kort. Dit afscheid was veel te abrupt. Te bizar. Ze had de hele dag geen antwoord gekregen op haar smsje en ongerust was ze gaan slapen. ’s Morgens las ze tot haar ontzetting in de krant dat hij was overleden. Plotseling. Ze kon niet uit de tekst opmaken waaraan. De naam van zijn vrouw stond eronder. En die van hun zoon en dochter. Naast zijn dochter werd een vriendje vermeld. Er had zich een steek vastgezet in haar buik. Over zulke dingen hadden ze het nooit gehad.

Ze had haar tranen moeten bedwingen tot haar man weg was. Toen ze eindelijk vrij kon huilen, lukte het niet.

Het veldboeket stond te wachten op haar tuintafel. Ze sloeg de bij die er omheen zoemde weg en keek op haar horloge. Acht uur. Het kerkhof was nu gesloten.

Om half elf kuste haar man haar gedag en ging werken. Een half uur later bond ze de bloemen met een rood haarelastiekje aan elkaar en verliet stilletjes het huis. Het kerkhof was stil en verlaten. Doods. Ze giechelde om die gedachte en schrok van het geluid. Ze klonk als een kind in een horrorfilm. Het joeg haar de stuipen op het lijf.

Vlug legde ze de bloemen op het verse graf en ze haastte zich van het kerkhof af. Alsof de duivel haar achterna zat.
Het afscheid was vluchtig en kort.

Standaard