Te land, ter zee en in de lucht

De rand van de hoed

Iedere vrijdagochtend neemt Ruurd een halfje wit mee naar de gracht, meestal tijgerbrood. Sinds 2009 komt Ruurd hier in zijn eentje en vandaag is een bijzondere vrijdag.
Hij kijkt naar de eenden en vraagt zich af of zij zich er bewust van zijn dat ze grootouders hebben, of zijn. Hij stelt zich voor dat hij nu de kuikentjes van weleer ziet zwemmen; dat hij de achterste eendjes uit de rij heeft zien opgroeien tot grote oversteekleiders. Hij pakt een zak uit zijn tas. Met geduld en ogenschijnlijk routineus versnippert hij de inhoud tot hapklare brokken. Langzaam gooit hij de stukken in het water, steeds naar een andere eend. Maar ze lijken niet toe te happen.
‘Wat is er dan? Zijn jullie ziek?’ zegt hij zachtjes. Hij maakt de stukjes nog kleiner, misschien lag het daaraan. Maar weer negeren de eenden zijn aangeboden restjes. Wat teleurgesteld neemt Ruurd plaats op het bankje. Terwijl hij de afgelopen vijf jaar op een rijtje zet, verfrommelt hij alles in de zak en strooit de inhoud uit in het water, als was het diens laatste wens om in de gracht te rusten te worden gegooid. Een meerkoet hapt wat, maar rent vervolgens hard over het water weg. Geen enkele eend maakt aanstalten om de geboden etenswaren op te eten. Een gezinnetje eenden loopt de kant op, op zoek naar het droge. Ruurd gnuift. Dit heeft hij nog nooit meegemaakt. Hij smijt de hele zak in het water, waardoor er de andere eenden opstuiven en wegvliegen. Terwijl hij kijkt hoe ze met moeite de lucht in komen, ziet hij uit zijn ooghoek een man zitten, aan de overkant van de gracht. Het lijkt alsof hij grijnst, maar het is te ver weg om het goed te zien. De man heeft een donkerbruin pak aan en een hoed op zijn hoofd. Hij vouwt rustig een plastic zak op en doet deze in een prullenbak. Hij staat op en neemt heel even de rand van zijn hoed tussen zijn duim en wijsvinger, bij wijze van groet. Met zijn handen in de zakken van zijn pantalon loopt hij weg. Ruurd heeft ook altijd in het bezit van een pak willen zijn. Dat komt eigenlijk door Horst Tappert, de acteur die de Duitse hoofdinspecteur Derrick speelt. Zijn vrouw heeft altijd gezegd dat hij daar zo op leek, door zijn haar en die bril. Helaas is het er nooit van gekomen om het plaatje compleet te maken. En dan schrikt Ruurd op. Misschien is deze man ook wel inspecteur, denkt hij. Het zal toch niet? Nee, dat is onmogelijk. Niemand heeft gezien wat hij heeft gedaan. Op deze plek, aan deze gracht. Niemand weet wat hij deze eendjes voert.

Standaard