Oud & Nieuw

Samenspel

‘Nou?’ vroeg ze met het kaartje in haar ene hand en een al weer bijna leeg wijnglas in haar andere. ‘Kom op, Martijn. Ik wil nú een antwoord. Welke levensles is je dit jaar het meest bijgebleven?’

Oké, oké,’ antwoordde hij. ‘Ik denk dan toch aan wat ik…’
‘Hé!,’ onderbrak ze hem. ‘Hoelang spelen we dit spel al? Bij elk antwoord moet je opstaan, oliebol.’
Hij ging staan. Natuurlijk ging hij staan. Hij wist dat het moest. Ze hadden de regels zelf bedacht, een paar oud & nieuws geleden alweer. Bij hem thuis, in Amsterdam. Gisteren had hij snel nog wat nieuwe vragen op de kaartjes geschreven. Zij had hetzelfde gedaan.
‘Oké,’ zei hij. ‘Wat ik dus wou zeggen: Ik denk dan toch aan wat ik las in Het Parool, ergens in maart of zo. Zo’n jong voetballertje van Ajax werd geïnterviewd en hij had een paar dagen daarvoor mogen spelen tegen Real Madrid. Ze vroegen hem of hij het niet eng vond om te voetballen tegen grote, bekende spelers. En dat gastje antwoordde toen: “Bang zijn we allemaal. Als je dat eenmaal weet, valt alles mee.” Vond ik een mooie levensles.’
‘Goed antwoord,’ zei ze en ze dronk haar wijnglas leeg. ‘Je mag weer gaan zitten.’
‘En volgens mij klopt het ook wel,’ zei hij.
Hij pakte een oliebol van de schaal en nam meteen een eerste hap. Er zat eigenlijk teveel poedersuiker op.
‘Ja?’ vroeg ze.
‘Zeker. Helemaal als ik het toepas op dingen uit mijn verleden. Hoe vaak ik niet ergens bang voor ben geweest, en dat het uiteindelijk toch allemaal mee viel.’
‘Zoals?’
Hij nam nog een hap van zijn oliebol. Buiten klonk een klap. De kerstboom trilde. Vuurwerk of een afrekening: je wist het nooit in deze buurt.
‘Nou,’ zei hij toen, ‘met jou bijvoorbeeld.’
‘Met mij?’
‘Ja, bij onze eerste date. Ik was doodsbang. Zo bang dat ik het haast allemaal had afgeblazen. Scheelde eigenlijk best weinig.’
‘Oh?’
‘Yup.’
‘Maar waarom dan?’ vroeg ze en ze kroop dichter naar hem toe op de bank. ‘Je vond me toch leuk?’
Hij lachte. ‘Dacht het wel, ja.’
‘Maar…?’
‘Tja, ik twijfelde een beetje. Over hoe het allemaal zou gaan en zo. ‘
Ze legde haar hand op zijn arm. ‘Ik toch ook.’
‘Ja, en grappig genoeg vermoedde ik zoiets of zo. En dat stelde me dus gerust op de een of andere manier.’
‘Gelukkig.’
Een harde knal deed hun opschrikken uit het terugkeren naar de onzekere begindagen van hun gezamenlijke verleden.
‘Goed,’ zei hij. ‘Nu ben ik.’
Hij pakte een kaartje van de stapel keek haar even aan met de blik van een geoefende quizmaster.
‘Ah, dit is een mooie,’ zei hij al lezend. ‘Oké, Evelien: waar ben jij dit jaar het meeste dankbaar voor?’
Ze zette haar wijnglas neer, ging staan en deed haar rokje goed.
‘Wat een vreselijk gemakkelijke vraag,’ zei ze lachend.
Hij legde het kaartje neer en ging ook staan. Er viel wat poedersuiker van zijn trui.
‘Ja? Hoe makkelijk?’
Ze pakte zijn handen en gaf hem een zoen.
‘Heel makkelijk. Voor mijn nieuwe rokje natuurlijk.’

Standaard