Haat

Tot de zon komt

Vandaag loop ik naar huis. Het is een wandeling van een half uur waar ik normaal gesproken de tram voor pak. Gelukkig regent het ditmaal niet.

Ik mag graag lopen. Met doel of zonder doel, dat maakt niks uit. Lopen is vooral fijn na een gesprek met meer vragen dan antwoorden. Simpel, gewoon lopen. Nadenken. Kijken. De wind voelen. Frisse lucht in de longen.
Het was geen vooropgezet plan om vandaag de tram te laten staan. Ik had hem gemist en aangezien ik een grote hekel heb aan wachten, besloot ik te gaan.
December is een goede maand om in te lopen. Die tijd van het jaar dat je alles, of je wilt of niet, nog eens probeert te overzien. Waar ging het goed? Waar ging het mis? En belangrijker: waarom ging het mis?
De tram passeert me. Als ik had gewacht, zou ik eerder thuis zijn.
Dit is de maand van het jaar waar ik na mijn vakantie het meest tegenop zag. Het vele nadenken maakt me moe. Het liefst zou ik meteen door willen gaan naar januari.
Een jogger haalt me in. Ik hoor hem zwaar ademen. Waarschijnlijk nog gauw even in vorm komen voor het kerstdiner. Een kansloze missie, hoe hard hij deze dagen ook loopt.
Bj de grote plas blijf ik even staan. In de zomer is het hier altijd druk. Mensen liggend in het gras, bootjes op het water. Zon. Gelach. He hoi, ja, alles goed. En met jou?
Nu is het donker en de koude wind heeft vrij spel. De zon heeft het een paar uur geleden al een dag genoemd. In de verte, bij het winkelcentrum, is kerstverlichting te zien.
Ik denk aan mijn vakantie in Frankrijk, aan de Middellandse zee. Nog niet eens zo lang geleden. Dobberen in het zoute water, slenteren door oude dorpjes, denken dat dit het leven is. Waarom maak ik me thuis toch altijd zo druk om dingen die er eigenlijk niet toe doen?
Zij doet er wel toe.
Langzaam loop ik verder. Nog een tram langs me, maar wat zou het. Het duurt wat langer, maar we komen er wel.
Acda en De Munnik zongen eens over lopen tot de zon komt en dat lijkt me een goed voornemen voor 2014.

Standaard