Zomerfestival

Dan misschien toch

Je hebt vaak een man die kijkt naar een vrouw. Hij ziet haar en dan is ze mooi of niet mooi.

Fijn, of minder fijn. Ze heeft zichzelf leuk aangekleed. Ze danst gek. Of allebei. Of misschien wel alles van dat alles bij elkaar. Het maakt weinig uit, want hij loert en dat valt weinig te romantiseren. Hij kijkt zoals iedereen weet dat een man kan kijken. Ze zien wat hij wil en wat hij denkt. Nu ook. Ook zij ziet het. En wat doet hij? Hij blijft kijken en begint dan pas te denken. Zo overweegt hij nonchalant van zijn bier te drinken. Hij werpt een blik op zijn schoenen, want dat deed zij ook. Hij denkt zijn hand door zijn haar, of niet? Toch die hand door het haar, dat heeft misschien iets aandoenlijks, denkt hij. En het dan doen. Haar aanspreken.

Maar, schiet door zijn hoofd, verderop zou een groep vrienden er waarschijnlijk verslag van aan het doen kunnen zijn. Een van hen zal een flesje naar zijn mond brengen als was het een microfoon, om vervolgens zijn gehele houding te voorzien van lollig bedoeld commentaar. ‘Daar gaat-ie, ja, hij gaat eropaf,’ zou het kunnen klinken. ‘En hij gaat er langs! Met een mooie passeerbeweging loopt hij het meisje straal voorbij. Alsof ze er niet staat! Zo eindigt de avond alweer in mineur voor FC Martin Kelderman’. ‘Terug naar jou, Jack,’ zal hij aan het eind wellicht zeggen. Of dat het geen goed stel is. En dan kunnen ze bulderen. Met eventuele high fives.

“Ga je mee naar de tent?”, wil Martin in zijn in zijn gedachten soepele looppas vragen, maar hij pareert zelf al direct door wedervragen – Welke tent? Jouw tent? Wat denk je zelf? – te bedenken. Hij bedoelt de Bravo, iets verderop. Of desnoods een andere tent. Het maakt hem niet zoveel uit. Wel heeft hij bedacht niet over de Titty Twister te willen beginnen, want daar lijkt ze hem het type niet voor. En nu is het moment voorbij. En terug kan niet. Terug kan nooit. Of toch? Wat zou hij dan doen? Het zou natuurlijk niet zo heel gek zijn. Of wel? Wat is ze mooi, denkt hij.

Later ziet hij haar in een tent en kan zijn geluk niet op. Hij denkt eraan om voor te stellen om bier voor haar te halen. Maar, denkt hij, wat als ik haar daarna niet meer kan vinden? Misschien wil ze mee, bier halen. Maar wat als hij zijn en misschien zij ook wel haar vrienden dan kwijt zou raken? Als ze al mee zou willen, natuurlijk. Oh, man, wat als ze mee wil? Wat dan? Hij denkt. Dan gaat ze mee naar de bar, en dan moeten we nog wat praten, en misschien wil ze dan wel dansen en als dat dan goed gaat, dan doen we nog een beetje gek met de anderen en dan kan ze daarna eventueel ook mee naar mijn tent, maar daar slaapt Wouter ook en als dat dan misschien een probleem voor haar is, moet ik het er dan wel even met Wouter over hebben. Als ik hem nog niet kwijt ben geraakt, dan. Of ze vindt mijn slaapzak vies. Als die er nog ligt. En als ze mee wil, natuurlijk. Áls ze mee wil. Wat is ze mooi. Of niet?

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *