Religie

Onze vader

Daar sta je dan. Ik kijk omhoog naar de middeleeuwse preekstoel en hoor het mezelf denken. Daar sta je dan weer, Martijn.

Vanochtend bij het ontbijt waren er de zenuwen. De kaart op tafel. Statige letters, een donkere rand. Een datum van toen en een datum van niet lang geleden.
Het is koud in de kerk, geen verrassing. Ik had het altijd koud in kerken. Vroeger, toen ik nog elke week met m’n ouders een bezoek bracht aan Zijn huis in ons dorp, zat ik altijd wegdoken in mijn jas. Dacht ik aan de gemiste kansen in de voetbalwedstrijd van een dag eerder. Of wat het mooiste liedje van de gisteren gekochte nieuwe cd was.
Zonlicht door het glas-in-lood achter in de kerk. Is het een teken? Een welkom terug groet van Hem? Langzaam loop ik naar de harde stoelen. Met mijn ouders zat ik nooit in dit gedeelte. Ja, een keer, met kerst. Het was die avond zo druk dat onze vaste plekken in het schip van de kerk al bezet waren. Verontwaardigd was ik, maar mijn vader had het gesust. Iedereen mag naar de kerk komen.
Vaak keek ik naar de mensen om me heen, zoals ik tegenwoordig op een zomerse dag op het terras doe, soms zelfs op zondag. Veel oude mensen in het dorp waar ik opgroeide. Ze zaten vaak alleen, zonder partner, maar de driehoek geloof, hoop en liefde was er altijd. Het was mooi om te zien hoe deze warme uren in een oude kerk hun goed deed. Soms was er even oogcontact, per ongeluk. Verlegen keek ik dan weg. Alsof ik betrapt was.
Het met z’n allen zingen tussen het vele gepraat door was een welkome afleiding voor mijn jeugdig jongensbrein. Samen met mijn vader deelde ik een liedboek. Zijn lippen bewogen wel, maar er kwam geen geluid. Ik had er een spel van gemaakt om de woorden in mijn hoofd zo te verdraaien dat er een grappige tekst uitkwam. Als het lukte nam ik mezelf voor het te onthouden en de volgende dag op school stiekem te zingen wanneer we dag begonnen met bidden en een Bijbelverhaal. Op het laatste moment durfde ik het nooit.
Bij de uitgang een warme hand van de dominee en soms een knipoog. Bedankt dat je er was, jongen.
Voor het glas-in-lood staar ik omhoog. De zon projecteert kleurrijke lijnen op mijn gezicht en ik voel de warmte. Ik sluit mijn ogen en hoor het vroeger zo vaak opgezegde Onze Vader. Mijn lippen bewegen, maar er komt geen geluid.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *