Zeventien

Gokken

Een aas, prima. De dealer schuift en draait de kaarten soepel, bijna achteloos naar Steven en de andere vier spelers toe.

Het gezicht van de dealer glimt, het is warm en broeierig. De zweetplekken onder z’n ooit smetteloos witte shirt zijn in de afgelopen twee uur uitgegroeid tot bosvijvers. En de stapel fiches van Steven is in dezelfde periode geslonken tot een druppel op een gloeiende plaat. Z’n laatste chips zijn ingezet.

Een zes. De soft seventeen. Dat haat Steven. Op de een of andere manier gaat dat bij hem altijd verkeerd. Of hij nou keurig volgens de regeltjes een kaart hit of lekker dwars past, het maakt geen zak uit. Verliezen doet hij toch wel. Z’n rechterbuurman staat ook op een lastige. Vijftien. Hij hit ‘m en bust. Steven denkt niet na. Hij hit ‘m gewoon, wat zou het, hij is toch bijna blut.

Een zeven. De veertien is ook zo’n klotegetal. Bij dertien heb je nog een prima kans om te overleven, als je nog een kaart pakt. Veertien zit al net over de 50% kans om te busten heen. Maar passen is er niet bij. Met veertien win je niks. Eigenlijk dwingt de veertien Steven om risico’s te gaan lopen die hij niet wilt lopen. En dat vind de bank dan weer geweldig. Steven kijkt naar de dealer. Die laat geen greintje emotie zien, maar Steven weet zeker hij hem in z’n hoofd al van de tafel heeft verwijderd. De verliesrillingen lopen over Stevens rug. De winnaarsadrenaline pompt. Ach, wat zou ’t ook. Het zijn toch z’n laatste centen. Kan hij er net zo goed een beetje gek mee doen.

Een aas. Kansloos. Een aas. Wedden dat de dealer die expres uitdeelt, om Stevens verlies er in te wrijven. Hij verhoogt z’n verlieskans minimaal, zes procent of zo, gewoon om Steven langer te laten bungelen. De klootzak. Want ook nu moet Steven wel vragen om een kaart. Vijftien doet niets. Vijftien is de Rottumerplaat van het blackjacken. Nu moet Steven z’n reserves wel gaan aanspreken. Hij doe het liever niet, maar het moet. Goed, hitten maar.

Een twee? Hoe bestaat het. Weer zeventien. Zit-ie alsnog op die vervloekte zeventien. Steven laat z’n hoofd zakken. Hij twijfelt. Een kaart hitten is bijna gegarandeerd stuk gaan, zeker met al die lage kaarten al op tafel. Passen betekent bijna zeker verliezen van de bank, die ook maar een zeventien nodig heeft om te winnen. Het is zo’n Amerikaanse ‘vang-22’. Steven kijkt op, naar de dealer. Die kijkt terug, strak, maar een klein glimlachje speelt om zijn mond. Ze weten allebei wat er gebeurt. Steven ziet de lach en vraagt om een kaart. De dood of de gladiolen.

Een koning.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *