Verhaal #651 • Afgesproken thema: Zeker en vast

Stotterende stamgast

De gasten in café De Nieuwe Arend aan de Bilderdijkstraat in Amsterdam keken wachtend voor zich uit. Ook Nick staarde wat naar de bordjes (‘Keep calm and have a good time’), slingers en vergeelde foto’s uit vroeger tijden. Naast hem zat Jan-Maarten, de kroegidioot. Op hem was het wachten. Elke dinsdagavond, zo rond de klok van tien, begon Jan-Maarten een betoog. Uit het niks, over niks, maar het was ondanks zijn gestotter iedere keer de moeite waard.

De klok boven de deur naar het toilet stond inmiddels op tien voor half elf. Jan-Maarten was laat en de stamgasten lieten dat inmiddels zien. Ze schoven over hun kruk heen en weer, bestelden nog een jonge jenever en gingen maar eens naar het toilet. Buiten reed een tram richting het Museumplein.

“S-s-s-s-s-soms…” begon Jan-Maarten, en de hoofden draaiden zich naar hem toe. Jan-Maarten wachtte even voor hij verder ging om de spanning een beetje op te bouwen. “S-s-s-s-s-s-s-s-s-soms is V-v-v-vlaams de mooiste taal op aarde. M-m-m-m-maar soms is die v-v-v-v-vervloekte taal nog lelijker dan station Brussel Zuid. Z-z-z-zijn jullie daar weleens geweest?”

De mannen knikten of schudden hun hoofd gehoorzaam. “M-m-m-maakt ook n-n-n-niet uit. W-w-w-aar het mij om gaat is dat een woord als ‘d-d-deklat’ duizend malen mooier is dan de lat die wij kennen. Maar als B-b-belgische voetbalcommentators praten over een mooie ‘match’ sterf ik een beetje.”

De mannen glimlachten. Ze wisten dat het Jan-Maarten, als hij eenmaal op gang was, z’n stotteren vanzelf vergat. Dan praatte hij zelfverzekerd en foutloos.

“‘Z-z-zeker en vast’”, ging Jan-Maarten verder, “geldt voor mij als een gekke tussenvorm. Mooi, omdat de Belgen een bij ons vaste uitdrukking prachtig hebben omgedraaid. Lelijk, omdat er helemaal niets mis is met ‘vast en zeker’ en je prima kunt argumenteren dat onze Nederlandse variant stukken beter van de tong rolt. Of n-n-n-niet soms?”

De vraag kwam er beschuldigend uit, en de mannen keken naar de grond of hun biertje. Ze knikten, beschaamd bijna.

“Nou, laat je me nu iets vertellen over Brussel. Toen ik er een tijdje terug een dag rondliep zag ik honderd miljoen Chinezen, het gruwelijk lelijke station en de afschuwelijke stad rondom het centrum. B-b-brussel is de lelijkste hoofdstad die ik ooit gezien heb. Tot even geleden.”

Jan-Maarten nam een slok van z’n doodgeslagen biertje. Sommige andere gasten vroegen met een opgeheven vinger om een nieuwe voor Jan-Maarten en zichzelf. De barvrouw deed haar werk zwijgend en geruisloos. Zelfs het afschuimen hoorde je niet. Er reed weer een tram langs. Iedereen wist waar Jan-Maarten naartoe ging.

“En dan krijg je zo’n aanslag. Terroristen doen boem op een vliegveld en in een metro. Het lelijkste van de mensheid maakt van zo’n ongehoord lelijke stad opeens iets anders. Lelijker dan Brussel; ik dacht niet dat het kon. Maar het k-k-k-k-k-k-k-kan. Dat is z-z-z-zeker en v-v-v-v-v-vast.”



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard