Op de vlucht

Speakerphone

Ik zat tegenover een Amerikaan die speciaal voor deze sollicitatieronde naar Nederland was gekomen. Hij had de grote stoel, ik de kleine.

De zijne boog met moeite mee als hij zijn grote lichaam achterover liet leunen. Ik had zo’n ding waarvan er in de aula van een middelbare school twintig van op elkaar gestapeld staan.
We zaten in een ruimte met een grote, ovalen, eikenhouten tafel. De Amerikaan had een kopje koffie voor me op tafel gezet, maar de afstand tussen mij en de tafel was net te groot om het achteloos bij het oortje te kunnen pakken.
Hij ademde zwaar en gedragen, alsof hij wilde laten zien wat een prestatie het was. Zijn hoofd hield hij een beetje achterover, zodat hij me langs zijn neus aankeek. Toen wees hij met een logge handbeweging naar de andere kant van de tafel, naar een zwart glimmend apparaat met een snoer. Het leek op een kleine ufo die aan de oplader lag.
‘Sell me one of those speakerphones’, zei hij. De woorden gingen even stroperig als zelfgenoegzaam over zijn tong.
Ik verzon dat de speakerphone door Speakerphone Weekly was uitgeroepen tot speakerphone van het jaar. Ik probeerde me te herinneren wat ik wist van verkoop; de trucjes, de gesprekstechnieken, de handigheidjes waar ik nog niet zo van walgde als nu, maar misschien begon het daar wel.
Hij bleef tijdens het gesprek veel stil en keek me dan aan, wreef zijn hand over zijn buik, of keek juist bij me weg, de gladde tafel over, richting het niets. In elke hoek van het gebouw lag veel niets.
Hij vroeg of ik nog vragen had en ik vroeg hoeveel ik zou gaan verdienen. Iemand van het werving- en selectiebureau had me gezegd dat ik dat moest vragen, want dan zouden ze weten dat ik geïnteresseerd was in geld. Een goede eigenschap voor een verkoper. De Amerikaan noemde het basissalaris en zei dat ik bonussen kon verdienen als ik mijn targets haalde. Die targets waren belangrijk. Ik knikte.
Hij zuchtte nog eens en stond toen met moeite op uit zijn stoel. Hij schudde me de hand, sprak mijn naam nog een keer op z’n Amerikaans uit, zoals hij na vrijwel elke vraag had gedaan.
Toen liep ik naar buiten, naar het station, naar huis. Onderweg dacht ik na. Ik ging iets anders doen, iets anders studeren, niets verkopen, niet naar geld vragen als het me weinig deed, en niet meer omkijken naar speakerphones en targets.

Door: Peter Zantingh
Auteur van ‘Een uur en achttien minuten’ (De Arbeiderspers)
Webredacteur NRC / Lowlove / Het Is Koers


Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *