Verhaal #56 • Afgesproken thema: Bijgeloof

Oorlog

‘Insjallah.’
Insjallah, Rakin.’

Rakin en Faisal fluisteren het naar elkaar, halverwege de loopplank. Het is vol op de veerboot naar Terschelling, vooral door de kinderen die gillend heen en weer rennen. De twee slanke mannen vallen op tussen alle zwaarlijvige Hollanders.
Op de boot nemen ze plaats aan de reling op het achtersteven.
‘Waar ligt Mekka vanaf hier eigenlijk?’
‘Je kan hier niet bidden, Rakin.’
‘Weet ik wel, ik vind het gewoon fijn om te weten. Dan voel ik me wat meer thuis, snap je?’
‘Daar ongeveer,’ zegt Faisal, en hij wijst naar de verte.

Het is zover, knikt Faisal.
‘Insjallah,’ fluistert Rakin geluidloos. Faisal knikt weer.
De mannen staan op van de leuning en lopen achter elkaar een nauwe trap af die naar de centrale ruimte leidt. Rakin zweet. Het ruikt er naar frituur. Onderaan de trap staat een klein meisje. Rakin legt zijn hand op haar schouder.
‘Hoi meisje, mogen we er even langs?’
‘U stinkt.’
‘Nou zeg, dat is onbeleefd.’
Het meisje begint te huilen, harder dan een azan in Mekka.
‘Rakin, wat doe je?’
‘Ik doe niks. Ik vroeg alleen of we er even langs mochten!’
De aandacht van de zaal is opeens op het huilende meisje en de twee allochtone mannen achter haar gevestigd. Er wordt al beschuldigend gekeken. Een tweetal stewards komt naar hen toe lopen. Faisal voelt een por in zijn rug.
‘Dat is mijn meisje! Waarom huilt mijn meisje?’
Een vrouw probeert langs Faisal en Rakin heen te duwen. Haar forse gewicht helpt daarin mee, maar het postuur dat daarmee samenhangt werkt tegen. Rakin drukt zijn lichaam tegen de muur aan en probeert de vrouw er langs te laten. Terwijl ze zich langs hem heen wurmt blijft ze met haar hak haken aan de lakschoen van Faisal, struikelt en valt tegen Rakin aan. Een steward weet het kleine meisje nog net op tijd weg te trekken, maar Rakin is niet zo vlug en valt mee naar voren. Langzaam krabbelt hij weer overeind. De vrouw is harder gevallen en ligt nog. Faisal wil haar omhoog helpen.
‘Gaat het mevrouw?’
‘Blijf van me af! Vuile terrorist!’
Even is alleen het spetteren van een friteuse te horen. Dan breekt er paniek uit. Mensen schreeuwen. De vrouw haar sleurt haar meisje mee, de trap weer op. De andere mensen vliegen alle kanten op, volkomen in paniek. Kinderwagens vallen om, tafeltjes vliegen in het rond. De twee stewards zien het gebeuren en proberen de menigte tot kalmte te manen, maar worden door twee dikke, spierwitte mannen meegesleurd naar de uitgang aan de andere kant. Bijna veertig seconden later is het stil in de kantine. Alleen Faisal en Rakin staan er nog, een beetje verdwaasd om zich heen te kijken. Faisal zet een stap naar voren.
‘Nee! Genade!’
Het geluid komt achter de toonbank vandaan. Er staat een jongen, van een jaar of negentien, met rood haar en sproeten. Of hij wit ziet weet Faisal niet, dat kan ook z’n gewone huidskleur zijn.
‘Kom, Rakin.’
‘Weet je het zeker?’
‘Ja, nu is het moment.’
‘Insjallah,’ zegt Rakin zachtjes.
De twee lopen op de toonbank af. De jongen blijft staan. Als ze dichterbij komen zien ze dat z’n broek bevlekt is. Het kan Faisal niets schelen.
‘Twee patat oorlog, alsjeblieft.’



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard