Uit de comfortzone

Volbracht

Als we de lift uitlopen blijven mijn ouders en ik stil. Vroeger rende ik nog wel eens de gang door omdat ik wist dat er soldaatjes waren om mee te spelen.

Nu niet. Nu blijf ik achter mijn moeder aanlopen. Zij en mijn vader zijn er al geweest en weten wat ze moeten verwachten.

De deur van het appartement staat open. We doen onze jassen uit in de gang. De deur naar de woonkamer staat ook open, waardoor ik een tante kan zien. Ze eet soep. Ik hoor haar lepel in de kom tikken. Moeder gaat vader en mij voor naar binnen. We worden stilletjes begroet door twee ooms en tantes. Ik zeg dat het goed met me gaat.

De staartklok tikt. Aan de wand, boven het bureau, hangt een quilt. Op tafel staan vier waxinelichtjes en een bord met kerststol. In een hoek, bij het raam, staat de kist met opa.

“Zullen we samen even kijken?”
Ik knik. Mijn moeder en ik schuifelen erheen. In het deksel zit een glazen plaat, waardoor we opa’s gezicht kunnen zien. Het is net alsof er een wassen beeld in de kist ligt. Ik slik. Ergens, zie je nog wel dat het opa is, maar het lijkt vooral op het lege omhulsel van een man. Een man die ooit een enorme hamer hanteerde om minstens zo enorme houten pinnen in de grond te knallen voor zijn tenthuisje op Vlieland. Een man die altijd een grapje klaarhad en zich niet schaamde voor zijn flatulentie. Een man die net geen 92 is geworden, maar wel een huwelijksjubileum van 64 jaar heeft kunnen vieren. Een man die aan het einde nog geen 50 kilo woog. Een man die rustig stierf, in zijn eigen bed, zonder pijn.

Ik begraaf mijn hoofd in de schouder van mijn moeder. Mijn vader legt zijn hand op m’n schouder.

Tien minuten later sta ik nog steeds te kijken naar de man die z’n eigen alcohol stookte en zijn yoghurt- en vlapakken uitkneep in de bankdrukker. De tranen biggelen over mijn wangen. Ik weet dat hij zijn rust heeft verdiend. Dat vond hij zelf ook. Zijn laatst overgebleven hobby, het repareren van boekkaften, zette hij twee dagen voordat hij stierf als lege lijmpotjes op het aanrecht. De laatste krant vouwde hij ’s avonds netjes op en stak ‘m weg tussen de zitting van z’n stoel. Hij ging naar bed, want het was genoeg geweest.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *