Amsterdam

Gauloises

De man naast haar kijkt op als ze haar keel schraapt.
Heb je er last van?”
Ze zegt van niet en kijkt nogmaals op haar telefoon. De bus is laat. De rook die om haar heen wolkt vult haar longen. Bitter, Gauloises. Herinneringen.

De Blasiusstraat nummer dertig, drie hoog. Geen tuin, geen balkon. Hier werd ze geboren en dacht ze dat de wereld veilig was, tot haar moeder hem met een tennisracket de deur uit joeg en schreeuwde dat hij nooit meer terug hoefde te komen. Dat deed hij wel, om twee tassen met kleren en de antieke klok van zijn grootmoeder op te halen, en haar ervan te verzekeren dat ze elkaar snel weer zouden zien. Toen hij het huis verliet rende ze achter hem aan de straat op. Ze begon te huilen en hij keek gegeneerd om zich heen.
“Niet nu, oké? Niet hier.”

De kruising van op het Victorieplein, die ze altijd moesten oversteken richting school. Zij achter zijn brede rug, neus in de jas die naar sigaretten en vroeger rook, toen alles nog goed was. De auto die hen sneed toen hij het rode licht negeerde en zijn uitbarsting, kijk uit, klootzak, ik heb een kind achterop.

Het Vondelpark, waar hij in zijn weekenden skeelers voor haar huurde en op het terras sigaretten bleef roken tot ze anderhalf uur later bezweet terugkwam. Ze dronk limonade en hij vroeg hoe het op school ging.

Het Onze Lieve Vrouwengasthuis waar ze nog steeds niet voorbij kan lopen zonder dat haar maag zichzelf in een knoop trekt. Haar moeder die haar bleek door de hoge, lichte hal trok tot ze buiten stonden, en een sigaret opstak. Tot dan toe had ze dat haar moeder nog nooit zien doen en daarna ook nooit meer.
“Ze hebben gedaan wat ze konden,” zei ze. “Maar de klap was te groot.”

Tram vier, waar ze sinds die dag nooit meer in heeft gezeten.

“Sorry.” Ze legt haar hand op de arm van de man. “Heeft u er misschien eentje voor mij?”

De man glimlacht en haalt het blauwe pakje uit zijn broekzak. De sigaret ruikt nog precies zo als hij zou moeten ruiken. Ze inhaleert diep, probeert niet te hoesten. Blaast zachtjes uit, zodat de rook om haar heen blijft hangen en niet wordt meegenomen door de wind.

Als ze de bus instapt ruiken haar haren en jas naar hem.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *