Verhaal #662 • Afgesproken thema: Op de bar

Ik voel me heel wat

Op mijn derde haalde ik mijn strikdiploma en ik voelde me heel wat. Ik mocht een veterschoen inkleuren als prijs en droeg mijn schoenen met trots. Dat schoenen met veters uit de mode zouden raken en dat ik daar pas achter kwam toen meisjes uit de klas me daar nuffig op wezen, had ik van te voren ook niet kunnen weten.

Vijf jaar later deed ik mijn eerste communie en ik voelde me heel wat. Ik droeg een jurkje met roze bloemetjes en was zo trots als een pauw toen ik mijn hostie kreeg. Dat dat ding bleef plakken aan mijn gehemelte nam ik voor lief. Dat ik twintig jaar later zes brieven moest sturen om me weer uit de katholieke gemeenschap te laten schrijven ook.

Rond mijn elfde maakten we het tuinhekje van ‘Gekke Nel’ kapot en ik voelde me heel wat. Ik was maar wat blij dat klasgenoten me mee namen om kattenkwaad uit te halen.
Nadat mijn vader gebeld werd, omdat de overbuurvrouw had gezien dat kinderen de boel sloopten en dat ik daarbij was, kreeg ik een week huisarrest.

Op mijn veertiende kuste ik met een jongen en ik voelde me heel wat, want hij was al achttien.
Dat hij meteen aan mijn borstjes wilde zitten en ik huilend naar huis ging omdat ik dat niet durfde, accepteerde ik. Ik had wel mooi met iemand gekust; dat kon ik toch maar mooi tegen vriendinnen zeggen. Ik hield het voor me, omdat ik niet zeker wist wie er op mijn avontuurtje zat te wachten.

Twee jaar later vroeg Judith of ik iets voor haar wilde bewaren; haar moeder zou razend worden als ze het zag. Ze drukte een busje pepperspray in mijn hand en ik voelde me heel wat. Als het populairste meisje van de klas me dit toe vertrouwde, móésten we wel vriendinnen zijn.
Ik stond er niet bij stil dat mijn moeder óók razend zou zijn, en al helemaal niet dat Judith het spul ook echt gebruikt zou hebben.
Achter beide dingen kwam ik pas toen de schooldirecteur belde dat ik onmiddellijk terug naar school moest komen, omdat ik bewijsmateriaal achter hield.

Op mijn achttiende danste ik voor het eerst op een bar en ik voelde me heel wat, maar dat kon ook door de drank komen. Van de rest van die avond weet ik weinig. De blauwe plekken die ik de dag daarna ontdekte, vertelden me dat ik beter niet op een bar kon gaan staan.

Toen ik 22 was kochten mijn vriend, wiens oma me steevast Wilma noemde, en ik samen een huis. Ik voelde me heel wat. Toen we anderhalf jaar later uit elkaar gingen, begreep ik dat zijn oma al die tijd gelijk had. Dat mijn naam het onthouden niet waard was, omdat ik toch weer zou vertrekken.

Drie jaar geleden zette ik mijn handtekening onder mijn diploma journalistiek en ik voelde me heel wat. Dat had ik toch maar mooi voor elkaar gebokst. Dat er in deze sector geen werk te vinden is en dat ik nu nog steeds telefoniste bij een witgoedbedrijf ben, had ik van tevoren niet verwacht.

Gisteren kocht ik voor het eerst in mijn leven met personeelskorting een strijkplank. Ik voelde me heel wat. Het kopen van een strijkplank stond voor mij synoniem aan het goed op orde hebben van een eigen huishouden.

Of ik hem ooit ga gebruiken, weet ik nog niet.



Wie is Linda van Doorn?

Linda is redactrice bij Lef Magazine, dramatisch theaterbeest uit 's-Hertogenbosch en specialist ‘lachen om flauwe grappen’ bij Het Schrijversgenootschap. ‘Ik werk met woorden,’ zei ze op haar sollicitatiegesprek en sindsdien moet ze van ons verplicht tijdens elke redactievergadering de superhandige Schrijversgenootschap-overall™ (met zakken voor alle soorten pennen en notitieblokken!) aan. Linda schrijft sinds februari 2014 voor Het Genootschap en haar indrukwekkende digitale fanschare rept al vanaf het begin van “de beste schrijver op de website”. Daar zijn we dus mooi klaar mee. Drama op de redactie. (JE / HdK) Volg Linda op Twitter →
Standard