Verhaal #661 • Afgesproken thema: Op de bar

Lang leve de medische zorg

Toen ik geboren moest worden, bleef ik zitten waar ik zat. Hoe hard mijn moeder ook perste en schreeuwde, ik kwam er niet uit. Zelfs de pomp bracht geen uitkomst. Het werd, derhalve, een keizersnee. Ik had geluk dat ik in een land ter wereld kwam waar de medische zorg uitstekend was.

Op m’n negende kreeg ik koorts. Het was uiteraard niet de eerste keer en alles wees erop dat dit gewoon een griepje was. Ik begon echter ook te hoesten en de koorts liep snel op. Tegen de tijd dat mijn ouders mij meenamen naar de eerste hulp en ik door een verpleegster getemperatuurd werd, had ik 41 graden koorts. In een rolstoel werd ik van hot naar her gebracht, onderzocht, uitgekleed, gescand en gecontroleerd. Longontsteking. Aan het eind van de dag mocht ik naar huis, met een forse dosis antibiotica in m’n lichaam.

Een paar dagen later kwam de uitslag van het bloedonderzoek en bleek ik ook hepatitis te hebben. Welke letter achter de hepatitis stond weet ik niet meer, maar het was wel zo erg dat m’n hele familie met mij aan de penicilline. Besmettelijk, schijnt. Ik herstelde in drie weken en ik had geluk dat ik kind mocht zijn in een land waar de medische zorg uitstekend was.

Halverwege m’n achttiende had ik buikpijn. Een drukkende pijn onder m’n navel, die snel uitbreidde naar de rechterkant. Blaasontsteking, dachten m’n ouders. Misschien een blindedarmontsteking? Er werd besloten het nog een dagje aan te kijken. De volgende ochtend kwam de huisarts, omdat ik inmiddels niet meer naar de dokter toe kon komen. Ze was er in vijf minuten uit: blindedarmontsteking. Acute appendicitis, zo noemde ze het. Ze belde een ambulance – onze auto was in gebruik – en enkele uren later werd ik geopereerd.

Vijf dagen lang werd ik in slaap gehouden. Twee keer werd m’n buik geopend en schoongespoeld, om het pus van de geperforeerde blindedarm weg te ruimen. Ik ontwikkelde bloedvergiftiging, hartritmestoornissen zelfs. Toen ik wakker werd kon ik m’n hoofd niet meer optillen van m’n kussen. M’n lichaam had zichzelf opgegeten in het gevecht tegen de ziekte.

Na vier weken mocht ik het ziekenhuis verlaten. Zo dun als een gevangene in een Nazi-concentratiekamp – een harde vergelijking die helaas wel naar waarheid is. Driekwart jaar later was ik weer zo’n beetje de oude. Ik mocht weer gaan studeren en ik had geluk dat ik mens mocht zijn in een land waar de medische zorg uitstekend was.

Nu ben ik 27. Volgens het ritme moet ik in dit levensjaar weer iets levensbedreigends krijgen. Ik heb daarvoor alvast één ding besloten: als ik de 28 haal, vier ik dat op de bar van een café. En dan mag ik straks geluk hebben dat ik dronken mag zijn in een land waar de medische zorg uitstekend is.



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard