Verhaal #655 • Afgesproken thema: HVA schrijfwedstrijd: Walrus

Maandagmorgen

In samenwerking met de minor Creatief Schrijven van de Hogeschool van Amsterdam organiseerde Het Schrijversgenootschap voor het derde jaar op rij een heuse schrijfwedstrijd. Aan de studenten vroegen we om een kort verhaal te schrijven binnen het geweldige thema ‘Walrus’. Op nummer 6 is het verhaal Maandagmorgen van Florian Teufer geëindigd. Een juryrapportje vind je onder het verhaal.


Maandagmorgen

Maandagmorgen Joris schoof twee bammetjes Portugese grilworst naar binnen en spoelde de droge broodhompen weg met een koud glas melk. Nog steeds zat er een brok in zijn keel, ter grootte van een tennisbal.
Zijn huis lag aan de vijver en het keukenraam keek uit op zijn basisschool; De Damrakkertjes. Joris zat al in groep acht, de jaren gingen snel, maar niet snel genoeg naar zijn smaak. Zouden ze er al staan, vroeg hij zich af. Een nieuwe schoolweek was weer begonnen, het weekend was veel te kort geweest. Joris gluurde uit het keukenraam door zijn vaders verrekijker. Meegenomen van zijn vakantie naar Afrika, afgelopen zomer. Zijn vader had een koffer vol exotische spullen meegenomen. Waaronder een kleed van zebravacht en een stuk ivoor, van een olifant.
Bas, Floris en Jan-Willem stonden zijdelings voor de ingang van het schoolplein. Meisjes mochten erlangs, jongens moesten een gulden betalen. Dat ging zo sinds de vijfde klas. Inmiddels wisten de kinderen van De Damrakkertjes niet beter. School is voor niemand makkelijk. Domoren krijgen later een minimumsalaris, dan kunnen ze beter alvast beginnen met sparen. De rest – de snuggere kinderen – verdienen die guldens later dubbel en dwars terug.
Voor Joris gold een uitzondering op de regel. Joris deed dieren na, voor het vermaak van Jan-Willem. Dan trok hij zijn iets te zware jongenslichaam in een kastanjeboom, als een gorilla. Of kroop hij op handen en knieën door het gazon, als een hond. Of at hij mieren, als een miereneter. Hij kon het allemaal goed, het acteren zat in het bloed.
Ooit had zijn vader zich drie weken niet laten zien, moeder zei dat hij er met een ander vandoor was. Bij terugkomst zei vader dat het allemaal flauwekul was. Moeder had het overtuigend gespeeld. Sindsdien drinkt ze graag rode wijn, om beter in haar rol te komen. IJzersterk. Vandaag moest Joris een walrus nadoen, dat had Jan-Willem hem vrijdag op dringende toon verteld.
Hij pakte het ivoor van zijn vaders kastje en stopte het in de achterzak van zijn spijkerbroek. Het was kwart voor acht. Een kleine vijf minuten tegen de wind in trappen en hij was er al. Hij parkeerde zijn fiets om de hoek van De Damrakkertjes en liep richting de ingang van het schoolplein.
“Je bent laat,” zei Jan-Willem.
“Het is tien voor acht,” zei Joris.
“Draag jij nu ook een horloge, vlezig mannetje?” zei Floris.
“Het is tien voor acht, we moeten naar binnen.” zei Joris en hij zette twee stappen naar voren.
“Ben je het vergeten?” zei Jan-Willem.
Hij was het niet vergeten, hij wilde het niet weten. Dat was toch echt iets anders. Op het moment dat Joris een stap naar achteren zette drukte Bas zijn met eelt bedekte handen in zijn zij. Floris greep zijn benen en samen tilden ze hem op. Joris stribbelde niet eens tegen. Met een doffe plons kwam hij terecht in het januarikoude water.
“Ik zei toch, je bent vandaag een walrus,” zei Jan-Willem.
Joris klauterde klunzig, maar rustig de vijver uit via de kade. Klemde het ivoor stevig in zijn rechterhand, hief het ter hoogte van zijn mond en stak het zonder twijfelen in de buik van Jan-Willem, als een wild dier. Jan-Willem zakte naar de grond met twee groene jongensogen vol onbegrip.
“Ik heb geoefend, vind je het wat?” fluisterde Joris in het oor van Jan-Willem.


Het juryrapport

Het Schrijversgenootschap zegt het volgende over het verhaal Maandagmorgen van Florian Teufer:

Goed verhaal, want: Mooie zinnen, goed de personages neergezet voor zo’n kort stukje, verhaal wekt de interesse, spoort aan tot doorlezen. Leuke setting en een grappig plot. Blijft tot vlak voor het einde spannend, boeiend en vermakelijk. En er is creatief omgegaan met het thema!
Verbeterpunt: Waarom heb je gekozen voor verleden tijd? Ook lijkt het taalgebruik niet te passen bij een achtstegroeper. En waarom moet ‘ie naar school op de fiets, terwijl hij het gebouw kan zien vanuit zijn keuken? Dan zou hij toch eerder gaan lopen?

Een iets realistischer einde zou het verhaal ten goede komen. Joris lijkt ons geen type om zomaar iemand neer te steken, daar moet minstens een schoolreünie aan te pas komen. Als hij zich jarenlang heeft kunnen ‘harden’, nu zat er slechts een weekendje tussen de pesterijen en hij is bangig als hij naar school toe moet. Tot slot: Een Joris en een Floris in een verhaal is verwarrend.
Mooiste zin(sdeel): “‘Sindsdien drinkt ze graag rode wijn, om beter in haar rol te komen.’”


Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard