Verhaal #648 • Afgesproken thema: Jheronimus Bosch

Door de Duivel Aangeraakt in de Tuin der Lusten

Het was vrijdagochtend, elf uur en alle leerlingen van groep 5 en 6 van Christelijke basisschool De Hoeksteen zaten netjes in de banken voor de spreekbeurt van Patrick. Toen meester Falko zijn welgeoefende knikje had gegeven, kon Patrick van wal steken.

‘Hallo,’ begon hij voorzichtig. ‘Hallo, allemaal. Ik houd mijn spreekbeurt over Jeroen Bosch.’

Zijn vader, die achterin het klaslokaal stond, knikte stevig, de Sony handycam in zijn hand schudde mee. Het was bij wijze van hoge uitzondering dat ouders werden toegelaten tijdens boekbesprekingen of spreekbeurten, maar de vader van Patrick filmde nou eenmaal alle hoogtepunten van het leven van zijn jongste telg. Dat had hij bij Erika ook gedaan, en je moest eens zien hoe zij er nu voor stond. Ze had met een 8 of hoger het atheneum afgesloten, vervolgens het conservatorium geweigerd om voor een jaar naar Gambia te trekken om met kansarme kinderen te werken. Vrijwillig, welteverstaan.

‘Of nou ja, Jeroen – hij heet eigenlijk Jheronimus Bosch.’

Duim omhoog.

‘Hij was een schilder, van kunst, en is geboren in Den Bosch. Dat wordt ook wel ’s-Hertogenbosch genoemd.’

Na een aantal verhalen over de kunstschilder, zoals dat zijn bijnaam de Duivel was en dat een aantal werken die misschien niet door hem waren geschilderd, viel Patrick eventjes stil. Zijn vader zoomde in op het steeds roder wordende hoofd van zijn zoon. Het blaadje met aantekeningen trilde in Patricks hand.

‘Wij wonen zelf ook in Den Bosch. Dat is mijn papa, daar. Van hem ben ik op dit onderwerp gekomen.’

Patrick wees naar de man met de camera, die daarop zichzelf kort filmde. Papa liep niet weg voor het feit dat hij doorgaans een groot aandeel had in de hoogtepunten van zijn kroost.

‘Mama woont ook bij ons. Mijn zus heet Erika. Zij is naar Afrika, omdat ze niet meer bij papa wilde zijn.’

Papa lachte krampachtig en moest zijn evenwicht herstellen toen hij even wankelde. Hij keek naar de vloer alsof daar de oorzaak te vinden was en mikte zijn camera erop om die eventueel vast te leggen. Gedecideerd hield hij de handycam vast om in te zoomen op een sliertje puntenslijpsel.

‘Ze was boos op de avond voordat ze wegging. Ik vroeg waarom, maar ze wilde het niet zeggen. Toen ik haar Japie gaf, moest ze huilen. Japie is mijn knuffel. Ik vroeg weer waarom ze moest huilen en ze zei dat ik dat aan Papa moest vragen. Ik was erg verdrietig toen ze wegging.’

‘Ja, het is niet niks om op zo’n verre reis te gaan, kinderen,’ zei Papa. Het zweet stond hem op het voorhoofd en hij keek naar het raam om te kijken of het open kon. Hij zag een klas buitenspelen, meisjes rennend over het schoolplein, meisjes met elastieken tussen hun benen, meisjes in witte jurkjes die koppeltje duikelden aan het klimrek en hij probeerde zijn hand zo recht mogelijk te houden.

Papa werd afgeleid toen hij zijn zoon zijn keel hoorde schrapen. Patrick liep naar de gang om vervolgens de televisiekar het lokaal binnen te rijden.

‘Om mijn spreekbeurt af te sluiten, wil ik graag een video laten zien. Dit is voor jou, Erika.’

Papa herkende zijn eigen beelden. Erika, vrolijk dansend in haar pyjama door het beeld van zijn oude camera. Erika, water spattend in bad. Erika, naakt in de tuin. Erika die haar benen spreidt omdat haar vader erom vraagt. De kinderen keken met open ogen naar het televisiescherm en Papa legde dat vast. Een aantal kinderen begon te huilen, anderen gilden alleen. Meester Falko had de uitknop op de televisie gevonden en liep op Papa af.

‘We zijn allemaal obsceen, kinderen. Iedereen is obsceen. Toch? Als iedereen even toegeeft dat-ie obscene gedachten heeft die hij niet kan uitschakelen, kunnen we door. Ik stop niet met filmen. Ik loop niet weg voor mijn kronkels. Dit hoort erbij. Patrick, jij vuile rat. Dit is het leven, jij bent obsceen!’

De klas werd gesommeerd te blijven zitten, terwijl Falko Papa naar de gang begeleidde en hem mee naar het kamertje van directeur Posthuma nam. Daar werd een geheime deal gemaakt, waar niemand iets van mocht weten.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard