Verhaal #647 • Afgesproken thema: Jheronimus Bosch

Papa wordt een standbeeld

Kijk, daar liggen wat brillen, zie je?’

Ik wijs tussen het puin van wat ooit de Pearle was. Rosa volgt mijn vinger en knikt, met haar duim in haar mond. Haar andere handje houd ik stevig vast en ik kijk naar het gebroken glas in lood. 850 euro kale huur was het appartement boven de Pearle en ik nam het niet. Te duur.
En te gammel, blijkt nu.

‘Wie is die meneer, mama?’

Rosa heeft zich omgedraaid en kijkt naar het standbeeld achter ons. ‘Dat is Jeroen Bosch. Heel lang geleden woonde hij hier aan de Markt en hij schilderde. Kijk, daar werkte hij.’ We lopen hand in hand naar De Kleine Winst. Rosa hinkelt over de keien van de Markt en kijkt op naar het gebouwtje met de groene gevel.

‘Wat schilderde die meneer?’

We gaan op een stoeprand zitten en ik pak mijn telefoon uit mijn tas. Op Google zoek ik naar schilderijen van Jeroen Bosch. Rosa haalt haar duim uit haar mond, kruipt op mijn schoot en pakt mijn telefoon uit mijn handen. Ik ruik de zoete geur van Woezel en Pip shampoo en adem extra in door mijn neus. Ze weet precies hoe ze een telefoon moet bedienen en swypet van afbeelding naar afbeelding.

‘Wat een gekke beestjes. Met gekke gezichtjes en gekke hoedjes.’

Ik glimlach. ‘Ja lief, meneer Bosch had een rijke fantasie.’ Ik vertel haar dat het dit jaar vijfhonderd jaar geleden is dat hij naar de hemel ging en ze kijkt omhoog. Ze vraagt hoeveel jaar vijfhonderd jaar is en ik zeg dat het ontelbaar veel jaren zijn. Ze vraagt of zij vijfhonderd jaar oud zal worden en ik zeg dat dat best kan. Dat je vijfhonderd jaar nadat je naar de hemel ging nog altijd door kunt leven, ook al schilder je gekke beestjes met gekke gezichtjes en gekke hoedjes.

‘Wordt papa ook een standbeeld?’

‘Hè? Omdat papa ook schildert, bedoel je?’
Ze knikt heftig en haar ogen schitteren, ik lach en druk mijn dochter dichter tegen me aan. ‘Maar papa schildert heel andere dingen. Die schildert huizen. Daar word je lang niet zo beroemd mee.’
Rosa valt stil en kijkt om zich heen, haar duim weer in haar mond. Ik kijk met haar mee, naar het gebouw dat er niet meer staat, wat na de verbouwing eigenlijk geschilderd zou worden.
Door mijn man.
Rosa draait een plukje haar rond haar vingers, zoals altijd als ze nadenkt. Haar lijfje groeit in mijn armen als ze diep inademt en krimpt weer in als ze haar adem met een zucht uitstoot.
‘Zo zeg, wat een diepe zucht.’

‘Ik wil naar huis’, zegt ze. ‘Een standbeeld knutselen van papa.’

Ze springt op, kijkt wijs naar me om, rent naar het standbeeld van Jheronimus Bosch en schopt er tegenaan.

‘Mijn papa schildert lekker veel beter dan jij!’



Wie is Linda van Doorn?

Linda is redactrice bij Lef Magazine, dramatisch theaterbeest uit 's-Hertogenbosch en specialist ‘lachen om flauwe grappen’ bij Het Schrijversgenootschap. ‘Ik werk met woorden,’ zei ze op haar sollicitatiegesprek en sindsdien moet ze van ons verplicht tijdens elke redactievergadering de superhandige Schrijversgenootschap-overall™ (met zakken voor alle soorten pennen en notitieblokken!) aan. Linda schrijft sinds februari 2014 voor Het Genootschap en haar indrukwekkende digitale fanschare rept al vanaf het begin van “de beste schrijver op de website”. Daar zijn we dus mooi klaar mee. Drama op de redactie. (JE / HdK) Volg Linda op Twitter →
Standard