Spelletjescafé

Geduld

We hadden elkaar die avond pas ontmoet, maar een paar uur later zaten we op de bank in mijn woonkamer naar de boekenkast te staren. Zij had de pubquiz gewonnen en ik weet de zevende plaats van mijn team aan het feit dat ik teveel afgeleid was geweest door haar verschijning. Het was afgezaagd, dat wist ik, maar de hoeveelheid alcohol die we in café De Afleiding hadden genuttigd zorgde ervoor dat wat we precies zeiden, eigenlijk niet zoveel uitmaakte.

Ik had pas laat op de avond – alle vragen gesteld en de prijzen verdeeld – het lef gehad om haar aan te spreken. Ze was een stuk ouder dan ik en way out of my league, maar toch ging ik ervoor. Wat kon ik nog meer verliezen?
Dus nodigde ik haar uit voor een spelletje toepen; we misten een vierde man. Ze vroeg of ik de film had gezien, ik zei dat ik alleen het boek had gelezen. Toen schoof ze aan. Toepen kon ze niet, Patience was het enige kaartspel dat ze kende. Maar ze was bereid te leren en haar drie teamgenoten konden de rest van de avond wel alleen af.

Terwijl ze met een glas rode wijn in haar hand grondig de boeken die ik bezat, keurde en ik tegelijkertijd haar smaak, vertelde ze tussen neus en lippen door dat ze drie keer getrouwd was geweest. En ik was daar niet echt van geschrokken. Haar laatste huwelijk was pas net gestrand en de reden daarvoor hield ze in het midden, ondanks dat ik aandrong om veel meer te vertellen. Zo vaak nodigde ik niet iemand bij mij thuis uit, en, ik wilde weten met wie ik te maken had.

Ze vroeg wat het lastigste boek was dat ik ooit had gelezen.

‘Ik kan jou moeilijk lezen,’ zei ik.
‘Je weet niet eens in welke taal ik ben geschreven, jongen.’

Ze refereerde steeds aan mij als jongen, waarmee mijn onzekerheid zich begerig voedde. Brutaal pakte ze boeken uit de op alfabet gesorteerde kast en gooide ze op de grond als ze vond dat ze voldoende besproken waren. Toen ik vroeg of ze bezig was De Grote Drie stapels te creëren, zei ze:

‘Kan je niet wat muziek opzetten? Jullie generatie heeft toch SpotWi-Fi, of zo?’

Ze stak de draak met me, en ik speelde het spelletje mee. Ik pakte mijn telefoon en ik streamde als een volledig ingeburgerd bewoner van de Digitale Stad een nummer naar mijn luidsprekers. Verstand had ik niet van dit soort technische snufjes – zo jong was ik nou ook weer niet – maar voor haar deed ik al te graag alsof.

‘Zo, zo. Hippe jongen, hoor,’ zei ze toen ik met ogenschijnlijk gemak een modern slow-nummer ten gehore bracht.

Het idee van een stereotiep rollenspel tussen oudere vrouw en jonge god lag ons beide blijkbaar goed en het feit dat zij volledig de controle had, vond ik ook niet erg. Maar toen ik voor de derde keer haar glas had bijgevuld, was het wel genoeg geweest. Ik ging achter haar staan, onze gezichten op de boeken gericht. Ik schuifelde dichterbij, kuste haar oorlel. Ze draaide zich om, legde een vinger op mijn mond.

‘Moet jij niet nog naar een rave, of zo?’

Ik beantwoordde haar zonder woorden.

Het was nog donker toen ik in de vroege morgen ontwaakte en merkte dat ze alweer verdwenen was.

Standaard