Buurtcoach

Soms alles voor altijd

We zitten op een muurtje achter de kerk waar ik drieëndertig jaar geleden ben gedoopt. Evelien friemelt aan de rand van haar zwarte jurkje. Het moet de dood zijn die haar zenuwachtig maakt.
‘Het was een mooie dienst,’ zeg ik.
‘Ja, fijn dat wij ook afscheid mochten nemen.’

Op een zondagochtend, ik zal een jaar of elf geweest zijn, vertelde mijn vader dat vroeger de overledenen werden begraven in en rondom de kerk. Jarenlang, totdat er geen plek meer was en er moest worden uitgeweken naar een veld in de buurt.
Ik weet niet of Evelien ook weet waar we nu precies zitten. En of ze bij elke stap op een begraafplaats ook de namen, geboortedata en sterfdata leest en dan probeert voor te stellen wie die levens hebben geleefd en door wie ze gemist werden toen het allemaal ineens over was.

‘Hoe lang kenden we ‘m eigenlijk al?’ vraagt ze en mijn gedachten gaan terug naar het jaar met onze grootste stap tot nu toe: een eigen huis. De zomer van 2010, we kregen de sleutels op de dag van de halve finale van het Wereldkampioenschap voetbal. Zonder parket, meubels en gordijnen, maar met een fles huiswijn en toastjes (gehaald bij de supermarkt die vrij snel onze supermarkt zou worden) hoorden we op de van Eveliens opa geleende wereldontvanger Nederland de finale halen ten koste van Uruguay en was ik er die avond meer dan heilig van overtuigd dat alles in dit leven mogelijk is als je er maar in blijft geloven.
‘Vijfenhalf jaar,’ zeg ik. ‘We hadden nog niet eens een plek voor de eettafel uitgezocht of hij stond al voor de deur.’
‘O ja! Met een cervelaatworst, als welkomstgeschenk! Ik dacht nog: wat is dit voor raar figuur.’

Maar Fokko was gewoon Fokko. Elke avond deed hij trouw z’n ronde en als we ‘m zagen, staken we ons hand op. Soms zaten we op de bank te kijken naar De Wereld Draait Door, soms aten we nog, soms beide tegelijk, soms was ik nog niet thuis, soms was Evelien op stap en soms waren er andere dingen die even ontzettend belangrijk leken te zijn.
Maar Fokko was er altijd.
Zo altijd, dat hij er net zo goed niet had kunnen zijn. Nu, hier zittend op een muurtje achter de kerk, schrik ik er van, want het is waar: de afgelopen dagen heb ik het zwaai-ritueel met Fokko niet gemist. Vergeten wij zo snel de mensen die in de buurt van ons hart hebben rondgehangen maar nooit binnen kwamen?

‘Soms wou ik dat alles voor altijd hetzelfde zou kunnen blijven,’ zegt Evelien en ik zou kunnen antwoorden dat het leven dan wel heel saai zou zijn – zonder dalen geen pieken, geen overwinning zonder wedstrijd, en meer van dat – maar daar zitten we beide nu niet op te wachten dus ik zucht en zeg: ‘Ik ook.’

Standaard