Verhaal #620 • Afgesproken thema: Buurtcoach

Joep kan het weten

Wat knap, dat jij al zo goed kunt schrijven’, zeg ik tegen Joep. Ik wijs naar het bord dat hij fanatiek omhoog houdt.

AZC NEE!, staat er op.
Joep is vier. Dat staat ook op het bord. ‘Ik ben vier, loop ik gevaar in de speeltuin?’ Hij kijkt me aan en dan weer naar het vuurwerk. Rode lichtjes weerkaatsen in zijn donkerbruine ogen en hij glundert.

Als alle demonstranten weg zijn en de rommel is opgeruimd, doe ik mijn ronde door de buurt. Het grootste deel dat ik in de gaten moet houden bestaat uit kerkhof. ‘Uit die hoek krijg ik nooit klachten’, grinnik ik keer op keer op feestjes. Over klachten die ik wel krijg, vertel ik niets. Maar altijd denk ik aan Joep. Joep uit het gezin waarover ik klachten krijg.

Het kerkhof ligt er stil en verlaten bij. De doden rusten, maken niets mee van de protesten in de wereld. Maakten vanavond niets mee van het protest voor het gemeentehuis. Ik ga op een bankje zitten en kijk uit over de graven. Het heeft iets rustgevends. Hier is alles vredig. Ik zie de stok van een vuurpijl liggen en ik denk dat het een overblijfsel is van oud en nieuw, vier dagen geleden. Ik raap hem op en prop hem in de vuilnisbak. Verderop hoor ik een groepje oproerkraaiers en ik sta op, maar besluit een rondje te maken langs de graven.

Er is genoeg politie op de been, ik ben even overbodig.

Hoe anders wordt dat als verderop honderden vluchtelingen worden gestald. Ik vraag me af of de agressie die ik vanavond zag, erger wordt als ze er eenmaal zijn.
Het asielzoekerscentrum komt in ‘mijn’ buurt. Ga ik dan elke avond hier op een bankje zitten om bij te komen van de dag?
Ik kijk naar de namen op de zerken. A.R. Roelofs, geboren op 19-12-1946, gestorven op 05-04-2001. ‘Nooit meer uit ons hart’, staat er onder. Naast hem ligt de heer H.M. Papaloukas, geboren in Griekenland op 16-07-1949, gestorven in Nederland op 15-06-2003.

Autochtoon en allochtoon, vredig naast elkaar. Hier wel.

Ik veeg wat steentjes van het graf van Roelofs en schik de bloemen op het graf van Papaloukas en denk aan Joep. Joep uit het gezin waarover ik klachten krijg en ik baal van mezelf, omdat ik zijn ouders stiekem al had verwacht bij het protest.

Ik vind het naar dat ik blijkbaar hetzelfde doe als zij: generaliseren.

Langzaam wandel ik naar huis, geef mijn slapende vrouw een kus en schenk mezelf dan een grote bel wijn in. Uren later kruip ik in bed. Mijn vrouw snurkt haar lieve snurkje en ik probeer mijn ogen dicht te houden. Maar ik zie Joep. Joep die een avondje uit was met zijn ouders en genoot van het vuurwerk. Zijn armen werden moe, maar hij stak ze weer hoog de lucht in toen zijn moeder hem op zijn schouder tikte. Zijn bord zo hoog mogelijk. AZC NEE! Joep kan het weten. Joep is immers vier.



Wie is Linda van Doorn?

Linda is redactrice bij Lef Magazine, dramatisch theaterbeest uit 's-Hertogenbosch en specialist ‘lachen om flauwe grappen’ bij Het Schrijversgenootschap. ‘Ik werk met woorden,’ zei ze op haar sollicitatiegesprek en sindsdien moet ze van ons verplicht tijdens elke redactievergadering de superhandige Schrijversgenootschap-overall™ (met zakken voor alle soorten pennen en notitieblokken!) aan. Linda schrijft sinds februari 2014 voor Het Genootschap en haar indrukwekkende digitale fanschare rept al vanaf het begin van “de beste schrijver op de website”. Daar zijn we dus mooi klaar mee. Drama op de redactie. (JE / HdK) Volg Linda op Twitter →
Standard