korte verhalen
Buurtcoach

Een horloge uit de tijd

Op mijn bureau ligt het oude horloge van mijn opa. Al maanden. Als ik stukjes schrijf, Facebook check of mezelf verlies op Youtube kijk ik er zo nu en dan even naar. Inmiddels weet ik uit m’n hoofd dat de klok stil is blijven staan bij vijf uur, nul minuten en 51 seconden. Er zit ook een datumtellertje in, en die staat op negen. Ik heb ‘m eens verzet naar tien, maar een dag later heb ik dat uit schuldgevoel weer teruggedraaid.

Het is een zwaar uurwerk, dat zichzelf oplaadt door middel van beweging. Opa gaf het aan me toen hij z’n bed niet meer uit kwam. “Ik heb het nu toch niet meer nodig”, zei hij. De slang naar z’n katheterzak stak onder de dekens vandaan, het gele als contrast op de witte matras. Vereerd nam ik het horloge aan.

Het bandje bestaat uit een serie schakels. Door middel van een scharnier verwijdt het bandje zich, zodat je je pols er doorheen kan steken. Al had ik dat in eerste instantie niet nodig. Mijn schrijverspolsjes kunnen niet tippen aan de timmermanshanden van opa. Een juwelier bood uitkomst door een van de schakeltjes te verwijderen. Theoretisch kan ik het horloge nu om. Maar het ligt slechts, zo nutteloos als een buurtcoach in Wassenaar.

Net als opa.

Ik zou mezelf graag vertellen dat ik het horloge op m’n bureau heb liggen – en niet draag – zodát ik er naar kijk. Ik zou liegen. De plaats van een horloge is om een pols, hoe dun ook. Daar wordt hij bekeken, heeft hij een reden te bestaan.

Eerlijk gezegd vind ik het niet eens zo’n mooi horloge. Het grote blok, waar het mechanisme in zit, is vierkant met afgeronde hoeken. De wijzerplaat heeft dezelfde vorm, maar is een kwartslag gedraaid, zodat er een soort kruisvorm is ontstaan. Die wijzerplaat doet overigens ontzettend z’n best om een gouden gloed te hebben, maar blijft hangen op bruin-paars. En dat alles dan met die roestvrijstalen huls. Toch kijk ik er elke dag vertederd naar, blij met het symbool.

Maar ja, een horloge is uit de tijd. Met de honderdduizend klokken om je heen, in je zak, of op je scherm, is een horloge simpelweg een stuk vergane glorie. Ik heb bij de laatste ingang van wintertijd alleen m’n wekker handmatig hoeven verzetten. De meeste mensen doen zelfs dat nooit meer. En de datum, die staat ook groot op het scherm van m’n telefoon. Het horloge is een relikwie geworden.

En deze wordt vereert door een kleinzoon. Elke dag een blik erop. Niet voor het bijhouden van de tijd, maar voor het onthouden ervan. De stilstaande secondewijzer houdt het moment vast dat opa er nog was.

Daar ligt het, nuttig te wezen.

Standaard