Verhaal #614 • Afgesproken thema: Factor 50

Het Talioprincipe

Het was de tweede dag aan het meer van Talio en de sfeer zat er weer ouderwets in bij meneer en mevrouw Zaaijer.

‘Toe, Ernst. Kom nou. Smeer me even in.’

Hij liet de krant zakken, keek naar zijn vrouw in bikini en walgde van de gedachte haar aan te moeten raken. Ze deed haar topje los en ging voor hem zitten, wat met haar MS nogal moeizaam ging.

Ernst bleef rustig zitten en las de Telegraaf van gisteren waar hij vandaag zes euro vijftig voor had betaald.

‘Het lijkt wel Jan, Jans en de Kinderen,’ mompelde hij.
‘Wat zei je?’ probeerde ze nog, maar ze wist dat het geen zin had.

En dus zat Hanneke zelf maar te hannesen met de zonnebrandolie. Haar armen gleden over haar schouders en toen ze zichzelf krampachtig omhelsde om de moeilijke plekjes te bereiken, zei hij:

‘Zullen we zo maar eens gaan, Han?’

Hij vouwde de krant op, klapte het strandstoeltje dubbel en deed zijn slippers aan.

‘Je doet het expres, he?’

Ernst ging onbezorgd door. Hij pakte de parasol en duwde met zijn voet de twee blikjes bier die hij had leeggedronken nog iets dieper het zand in. Toen pakte hij de koelbox en beende weg. Ze kon niet anders dan volgen.

Natuurlijk deed hij het expres. Zij dwarsboomde hem ook de hele dag. Ze zorgden ze er voor dat ieder boontje om zijn loontje kwam en vooral dat er steeds een nieuw erwtje werd geplant.
Ze waren ooit een steekspel begonnen en waren er niet meer mee opgehouden. Wie het eerste prikje had uitgedeeld, wisten ze allang niet meer.
Soms deed hij niks. Maar als er dan iets tegenzat, ging ze er wel vanuit dat hij het op zijn geweten had. En dan pakte ze hem weer terug. Zo ging het al jaren.

Terug in de camper ging Ernst onder de douche en zou Hanneke pannenkoeken bakken. Hij waste zijn edele delen grondig – je wist maar nooit wat er die avond bij de campingentertainment kon gebeuren. Net toen hij shampoo over zijn hoofdharen had verdeeld, werd het water koud.

‘Godgloeiende,’ riep hij. ‘Hanneke!’

Een vergelding, concludeerde hij. Hupsakee, de bal lag weer bij hem. Hij wilde de
douche uit stormen, maar gleed onderuit door de zeepresten op de antislipmat die op een vlonder in de douchebak lag. Hij had het zelf zo aangelegd, omdat Hanneke door haar ziekte veel problemen met haar evenwicht had, maar het vertikte om op het douchekrukje dat hij voor haar had gekocht te zitten.

‘Hanneke! Mijn been!’

Ze moest haast wel horen dat het serieus was. Ernst was er van overtuigd dat zijn been gebroken was en schommelde tussen bezit en verlies van zijn bewustzijn. Hij hoorde niks. Hij lag half onderuit in de krappe douchecabine met zijn been in een onnatuurlijke positie en probeerde te luisteren of Hanneke hem had gehoord. Maar hij hoorde niets. Geen schuifelende voetstappen, geen gelach. Ze kwam niet.

Hanneke had hem wel gehoord, maar ze was te ver weg. Ze was naar het campingwinkeltje gegaan om margarine te kopen, want ze wilde de pannenkoeken niet bakken in de zonnebloemolie die ze van thuis hadden meegebracht. Toen ze op de weg terug de schreeuw hoorde, was ze zo geschrokken dat ze begon te rennen. Maar op een verkeersdrempel struikelde ze, en dacht in haar val: wanneer heeft Ernst die drempel hier neergelegd? Maar die gekke gedachte maakte al gauw plaats voor het besef dat haar been gebroken was. Zo lag de bal weer bij haar.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard