XTC

Dit is niet de Pijp

Het laatste dat ik mij herinner, is dat ik vier flesjes water bestel en ze een voor een over mijn hoofd heen leeggiet. Daarna val ik om en gaat het licht uit, of andersom. Het licht gaat weer aan als ik wakker word in een ander bed dan mijn eigen. Een ongeruststellende constatering, ondanks dat ik het hier goed ken.

Ik kijk door het raam naar buiten. Mijn hoofd verdoofd, blanco en nog compleet zonder vragen. Ik weet nog dat ik dacht dat het zo moest voelen om herboren te worden – opnieuw beginnen, zonder herinneringen, volledig leeg.

Nu ik een poosje voor het raam heb gestaan, komen de vragen tot mij en blijft enkel het lege gevoel over. Waar is bijvoorbeeld mijn fiets? En hoe ben ik hier terecht gekomen? Al snel, maar waarschijnlijk langzamer dan een ieder ander, besef ik dat naar buiten blijven turen geen antwoorden zal opleveren.

Heb ik mijn telefoon eigenlijk nog? Ik draai me langzaam om, als een sleutel in een slot waarvan niemand mag horen dat het geopend wordt, en bekijk de slaapkamer. Bloemetjesbehang, een miljoen kussens op haar bed en ha, nog steeds die poster. Wat ruikt het hier goor, trouwens. Ik hoor iemand iets zeggen over het planten van een knotwilg, als ik mijn spijkerbroek zie liggen. Ik kokhals, maar mijn telefoon zit gelukkig nog in de broekzak.

Honderdzevendertig berichten, één filmpje.

Ik zit met opgetrokken knieën op haar bank en breng trillend een mok naar mijn mond. De thee is veel te heet om te drinken, maar toch neem ik slurpend een slokje. De televisie staat aan, een commercieel programma over tuinieren vult de kamer met licht en geluid. Enkel de te kleine joggingbroek geeft me iets van comfort.

Ik kijk ademloos naar een hedendaagse Rob of Nico, die een knotwilg plant naast de vijver van twee hulpeloze mensen met een achterlijk grote tuin.
Mensen geven op hun eigen manier invulling aan dezelfde verschijnselen, denk ik. Een boom heeft niet dezelfde betekenis voor een boswachter, een houthakker of een dichter. De een waakt over de boom terwijl de ander hem wil omhakken, en een derde wil hem enkel beschrijven. Ze lacht naar me en ik weet precies wat die betekent. Medendogen. Ik denk aan de dag dat ik met haar het bos in trok en onze voorletters, onderbroken door een hartje, met een mes in een boom kerfde.

Gisteravond hadden de dingen na drie halfjes nog precies dezelfde betekenis als altijd, maar na de vierde en vijfde niet meer.

Als ik zeg dat ik een avond ga stappen, heeft dat voor mij een andere betekenis dan voor bijvoorbeeld mijn moeder. Zij denkt dat ik een biertje of vijf drink in een kroeg en hoopt dat ik een goed gesprek met iemand mag voeren. Maar zij zal straks, als het filmpje haar bereikt, weten dat ik in een keuken kruipend in mijn eigen kots mezelf heb besmeurd met truffelmayonaise, schreeuwend dat ik de burgemeester van Truffelgeur Square was en ik naar Piccalilly Circus wilde. Dat ik daarna mezelf heb bescheten, zonder dat ik het doorhad. Dat ik toen nog een keer gekotst heb. Dat ik daarna mijn ex-vriendin heb gebeld en haar huid vol heb gescholden met ziektes die zich daar voorgoed wilden nestelden, zo agressief was ik. Dat ik de straat op ben geduwd door mijn vrienden, die geen vat op mij kregen. Dat alle taxi’s weigerden mij naar mijn huis te brengen, terwijl ik constant ‘Dit is niet de Pijp’ riep. En daar houden de beelden op.

Ik neem een slok thee, het is nu te drinken. Ik ben benieuwd welke betekenis een ieder zal geven aan het filmpje. Maar vooral welke betekenis zij geeft aan mijn aanwezigheid. Ik had de foto van de boom namelijk wel gezien, op haar kamer. Maar een foto is slechts een foto, en een filmpje slechts een filmpje.

Standaard