XTC

En zo in extase

Is goed,’ zei Cornelis,’doen we het zo. Bedankt en een prettig weekend.’ Hij legde de telefoon op de keukentafel en schonk een kop koffie voor zichzelf in. Twee suikertjes erbij en een stroopwafel want het was zaterdag.

‘Wie was dat?’ riep Agaath vanuit de woonkamer waar ze bezig was in het boek De zen van het leven.
Cornelis pakte de mok koffie en liep met de stroopwafel tussen z’n tanden naar z’n favoriete stoel. Hij plofte neer en na drie happen was de koek een ex-koek. Met een slok koffie spoelde hij weg wat aan z’n kunstgebit was blijven hangen tijdens het vernietigingsproces.
‘Nou? Ga je het me nog vertellen of hoe zit dat?’
‘Wat bedoel je?’ vroeg Cornelis. Uit de krantenbak pakte hij De Telegraaf. Zeventien doden bij een aanslag in Irak, iets over Johan Cruijff en een criminele afrekening in Amsterdam.
‘Zonet, aan de telefoon. Wie was dat? Wat heb je nu weer besteld? Ik hoorde het wel, Cornelis. Toch niet weer een duif, hè? Die schijten alles onder, dat weet jij ook.’
‘O, dat.’
‘Ja, dat ja. Nou?’
‘Niks.’
Agaath klapte De zen van het leven dicht en riep: ‘Welles! Wie Was Dat, Cor-ne-lis?!’
‘Mens, je hoeft niet alles te weten.’
‘Hè gatsie, Cornelis. Doe nou toch niet altijd zo moeilijk! Wat heb je besteld?’
‘Lees nou maar gewoon in dat zweverig boek van je en wees niet zo nieuwsgierig. Je komt er vanzelf wel achter. Er is geen enkele reden om nog meer grijze haren te krijgen.’

Dinsdagochtend werd de bestelling gebracht. Het zat in een schoenendoos. In ruil voor twee biljetten van 50 euro werd van eigenaar verwisseld. “Geniet ervan, ouwe” had de jongen gezegd en Cornelis had ‘m net zolang uitgezwaaid totdat hij om de hoek verdween.

‘Weet jij eigenlijk waar de letters XTC voor staan?’ vroeg Cornelis tijdens het avondeten. Op z’n bord alleen nog maar de slavink; de aardappels en broccoli hadden ‘m reeds goed gesmaakt.
‘Hoe kom je daar nou weer bij?’ vroeg Agaath. Bij haar bestond de buit nog uit drie aardappels, twee stukjes broccoli en driekwart slavink. Al vijfenveertig jaar lang deed ze drie keer zolang over het eten en als Cornelis daar weer eens zijn verwondering over uitsprak, antwoordde ze steevast dat ze geen noodzaak zag in alles zo snel te willen doen.
‘XTC staat dus voor ecstasy,’ zei Cornelis.
‘Dat snap ik niet, hoor.’
‘Da’s Engels. Als je de letters XTC uitspreekt, klinkt het als ecstasy.’
‘Hm,’ zei Agaath. Nog één stukje broccoli en twee aardappels.
‘Geen afkorting dus. De officiële benaming is MDMA, dat is wel een afkorting.’
‘Aha.’
‘Ecstasy is Engels voor ‘in extase’. Dat gevoel schijn je ook te krijgen als je het slikt. Vind dat zo goed verzonnen. Wat zijn er toch veel mensen vernuftig bezig met taal, vind je ook niet?’
‘Ik vind het vooral raar dat je me dit vertelt.’
‘Nou ja, ik moet toch iets zeggen? Jij zit alleen maar voor je uit te staren. Ik dacht: ik vertel even iets.’
‘En waarom is dit is nu ineens een probleem? Zo doen we het al jaren. Jij eet snel, ik eet langzaam en we zwijgen.’
‘Laat maar, Agaath. Eet je die slavink nog op?’

Zoals elke avond keken ze samen het achtuurjournaal. Achttien doden bij een aanslag in Syrië, toegenomen koopkracht en morgen kan het met een waterig zonnetje zomaar 10 graden worden in het zuiden.
‘Waar ga je heen?” vroeg Agaath toen ze zag dat Cornelis uit z’n favoriete stoel was opgestaan.
‘Gewoon, even naar zolder.’
‘Wat ga je daar doen? Heb je ineens een hobby of zo?’
‘Zeur toch niet zo!’ riep Cornelis en met een harde klap gooide hij de deur achter zich dicht.

In de uren daarna las Agaath ‘De zen van het leven’ uit en was Cornelis nog altijd bezig op zolder. Agaath had het niet meer en liep naar het trapgat. Daar riep ze: ‘Cornelis! Kom je nog eens beneden? Wat ben je in hemelsnaam aan het doen?’
Ze wachtte op antwoord maar kreeg eerst alleen maar stilte. En toen: ‘Hou je klep eens, mens! Nu kan ik weer helemaal opnieuw beginnen!’
‘Opnieuw beginnen?’ herhaalde Agaath zachtjes. ‘Waar is die man toch mee bezig?’ Ze zette koers naar boven, het moest nu maar eens klaar zijn met die ongein.
Halverwege de zoldertrap kwam Cornelis haar al tegemoet.
‘Kom, we gaan naar beneden,’ zei hij. ‘Pauw begint bijna. Wil ik niet missen.’
‘Wat heb je daar gedaan, Cornelis?’ vroeg Agaath. ‘Toch niet iets illegaals? O mijn God, ben je aan het videobellen met minderjarige meisjes zoals ze ook lieten zien in dat ene programma met die van Joosten? Kom, hoe heet dat nou?’
‘Kanniewaarzijn, bedoel je?’
‘Ja dat!’
‘Mens, doe toch niet zo raar. Laat het je morgen wel zien, als het af is.’

De volgende middag deed Cornelis na de lunch geen middagdutje in z’n favoriete stoel.
‘Ik ga even naar zolder,’ zei hij. ‘Nog even iets afmaken en dan ben ik terug.’
‘Je doet maar,’ antwoordde Agaath. ‘Ik doe wel even de oogjes dicht als je het niet erg vindt.’
‘Geniet ervan, ouwe’ mompelde Cornelis bij het openen van de kamerdeur.

Wild ging de kamerdeur open. Daar stond Cornelis, een tablet in z’n hand.
‘Agaath, het is af!’ zei hij.
‘Ik dacht al,’ zei ze, ‘wanneer komt-ie nou weer eens naar beneden. Het is al weer bijna etenstijd.’
‘Hier,’ zei Cornelis en hij gaf de tablet aan Agaath. ‘Kijk eens.’
‘Wat is dit?’
‘Klik er nou maar op,’ zei Cornelis.
‘Eerst mijn bril, ik zie niks zo. Waar ligt dat ding?’
‘Weet ik veel, het is jouw bril.’
‘Help me nou eens. De wereld draait niet alleen om jou. O wacht, daar ligt-ie.’
Agaath zette haar bril op en klikte op het filmpje. Ze zag haar Cornelis, in hun slecht belichte zolderkamer. Hij keek recht in de camera en zei: “Ha, hallo. Welkom bij de allereerste vlog van de Taal Opa. Ik heb een tweedehands cameraatje gekocht op Marktplaats en ga nu ook van die leuke filmpjes maken. Nu wil ik het even hebben over… Afkortingen die geen afkorting zijn!”
‘Och Cornelis toch,’ riep Agaath. ‘Je hebt een hobby!’

Standaard