XTC

Balans

Ze werden gebeld vanwege geluidsoverlast. Ze kwamen stapvoets voorrijden, de zwaailichten reflecterend tegen het dubbel glas van de blokkendozerige nieuwbouwhuisjes. Nieuwsgierige koppen die voor de ramen verschenen: gezinnen, mensen in pyjama’s die zo meteen weer naast elkaar in bed zouden kruipen en nog even tegen elkaar zouden fluisteren, voor ze lepeltje-lepeltje in slaap vielen. Amy voelde zich altijd een kille onheilsbrenger als ze met flikkerende lichten een woonwijk binnen reed. Een vlaag kou onder een warme deken.

Er was één huis dat zich niks aantrok van de zwaailichten, sterker nog, dat net zo hard terugreflecteerde. Pulserend paars en rood scheen van binnenuit naar buiten, binnen dreunde een elektronische beat alsof de muren kapot moesten.
Amy stapte uit, controleerde of alles aan haar riem zat –portofoon, dienstwapen, handboeien. Niels zette de zwaailichten uit en trok zijn mondhoeken naar beneden. In het licht van de straatlantaarns leken de lijntjes in zijn gezicht eerder groeven. Amy vroeg zich af of hij hetzelfde zou voelen als zij als hij over drie uur thuis zou komen in zijn lege huis.
“Lijkt op een huisfeest.”
Amy haalde haar schouders op. “Ik ga kijken.”
Toen ze door het lage hekje de voortuin in stapte, ging de voordeur open en spuugde een wolk van gelach, wietlucht en warmte uit. Een jongen, geschoren kop, een kralenketting op zijn blote borst en een legging met gele print, kwam mee.
“Wat gezellig dat jullie langskomen!”
Amy schudde kort haar hoofd. “De buren ons hebben gebeld vanwege geluidoverlast.”
De jongen lachte alleen maar en sprong de voortuin in. Zijn legging was bedrukt met Franse frietjes. Amy sloot haar ogen en drukte tegen haar slapen, een gebaar waardoor ze zich eerst theatraal en daarna stokoud voelde.
“Sorry. Daar dachten we natuurlijk helemaal niet aan. Ik ga de muziek zachter doen.”
De jongen lachte weer, een rij grote, witte tanden. Amy voelde het zwaar op haar schouders drukken. Hij kon niet meer dan drie jaar jonger zijn dan zij, maar hij had een onbezorgdheid over zich heen die ze in tijden al niet gevoeld had.
“Wat is er binnen aan de gang?”
“Beetje afteren. Niks geks, hoor.”
Hij ging tegen de muur zitten en klopte naast hem op het gras. En toen –deed ze het echt?– zeeg ze naast hem neer. Hij rook naar zweet en wierrook.
“Deze,” hij hield zijn ketting aan een glanzende, rode kraal omhoog, “is gemaakt door Daniëlle. Ik had haar nog nooit ontmoet voor vanavond, maar ze zag me en toen maakte ze dit. Vind je dat niet prachtig? Dat iemand je energie voelt en daar in alle goedheid dan zo’n sierraad voor maakt? Dat is liefde. Dat is openheid.”
“Openheid?”
“Ja. Ik bedoel dat ze openstaat voor het goede in de wereld. Het goede in de mens. Niet dat ze denkt: “ik ken jou niet dus ik moet je niet”. Nee. Ze zag me en besloot dat ze een beetje van haar tijd en energie in me wilde steken. In dit cadeautje voor mij, een vreemde. Mooi toch?”
Amy knikte. Het gras was nattig, de muur waar ze tegenaan zat was koud in haar rug. Die jongen had overduidelijk XTC op, of MDMA of 4-FA desnoods: de gebruikelijke gereserveerdheid die ze kreeg als ze haar uniform droeg, ontbrak. Ze kreeg zin om haar schoenen uit te doen.
De jongen met de frietjeslegging speelde nog steeds met de rode kraal. Zijn schouder leunde tegen de hare, prettig warm.
“De regel is: als je iets krijgt van het universum, geef je iets terug. Ja toch?”
“Is dat zo?”
“Zo hou je de balans in stand. Dus hierbij.” Hij leunde zich naar haar toe, sloeg zijn armen om haar heen. Amy hield zich doodstil. Ze rook de wierrook, donker en kruidig, de geur van zijn zweet, niet vies maar gewoon menselijk. Ze voelde de druk van zijn armen, de warmte van zijn borstkas. De kralenketting die in haar borst prikte. En ze ademde langzaam uit.
Toen ze het portier van de auto hoorde opengaan maakte ze zich los en stak een hand op naar Niels, als teken dat alles goed was. De jongen met de frietjeslegging glimlachte een beetje wazig naar haar.
Ze stond op. “Goed, zorgen jullie dat de muziek wat zachter gaat?”
“Maak je geen zorgen, dat komt helemaal goed.” Hij bleef glimlachen toen ze wegliep, weer in de auto stapte, Niels’ blik ontweek. Dacht ze. Toen ze weer naar het huis keek, was hij weg.
“Schat je in dat er illegale middelen gebruikt worden?”
Ze schudde haar hoofd. “Ik denk het niet.”
En daarna glimlachte ze, waarschijnlijk een beetje wazig. Als je iets krijgt van het universum, geef je iets terug. Ja toch?

Standaard