Verhaal #595 • Afgesproken thema: Zwarte Piet

Weg staf

Mijn wangen begonnen te gloeien, mijn ogen te tranen en mijn rug te jeuken na het telefoontje. Ik werd vervangen. 33 jaar lang was ík de Sinterklaas die elke derde zondag van november het dorp binnenvoer met de pakjesboot, omringd door tientallen pietjes. De een haalde nog ingewikkelder capriolen uit dan de ander, ze dansten op de veerstoep, strooiden pepernoten en schuimpjes en zorgden dat mijn paard stil bleef staan als ik onwennig mijn voet in de stijgbeugels zette.

Eén zondag per jaar reed ik paard, één zondag per jaar werd ik op handen gedragen, één zondag per jaar was ik de belangrijkste man van Alem. Voor de kinderen dan. Ik sprak met de burgemeester, mocht door de microfoon praten in het dorpshuis en iedereen was dan stil. Ik had overwicht. Als ik zei ‘Piet, geef die kleine Lola eens een handje lekkere pepernoten’, dan werd er niet tegengestribbeld. ‘Even wachten pap, ik doe het zometeen, ik heb geen zin.’ Nee, het werd gewoon gedáán. ‘Ja Sint. Natuurlijk Sint.’
Mijn vrouw Sjan stond er bij en keek er naar. Eén zondag per jaar hield ze haar mond. Voor de paar uur dat het duurde dan. Ze moest wel; ik was immers Sinterklaas. Als ze me zou aanspreken met ‘Johan, zeg jij nou óók eens wat’, dan zouden de kleinsten in opperste verwarring worden gebracht. En Sjan wil veel mensen heel wat aandoen, maar de kleintjes van hun geloof laten vallen ging zelfs haar te ver.

‘Ben ik te oud dan?’, vroeg ik door de telefoon aan de voorzitter van het sinterklaascomité, toen hij op 3 juni belde. Nee, niet te oud, dat was het niet, maar 33 jaar is een lange tijd en ze waren toe aan iets nieuws. Als ze zelfs in Alem toe zijn aan iets nieuws, dan weet je dat het menens is met het verkrachten van een eeuwenoude traditie van een kinderfeest.

Het is vandaag de derde zondag van november en ik sta aan de Maas te wachten op de pakjesboot. Tranen branden achter mijn ogen en mijn vrouw staat naast me en ze zeurt aan mijn kop. Kinderen staan vol verwachting op de veerstoep, te wachten tot hun grootste angst en hun grootste vriend het dorpje binnenvaren. Mij zien ze niet. Deze derde zondag van november ben ik niet meer dan een oude man die staat te kijken hoe Sinterklaas binnenkomt.

‘Ik ben benieuwd naar dat nieuwe’, mompelt Sjan en ik haal mijn schouders op. ‘Zouden ze gekleurde pieten hebben? Of clownspieten? Of witte pieten? Maar waarom moesten ze jou dan wieberen? Je hebt er zeker niets tegenin gebracht? Het maar gewoon laten gebeuren, zoals altijd?’ Ik zucht en Sjan houdt haar mond. Haar hoofd draait naar links, tegelijk met alle andere hoofden van ouders en kinderen die op de veerstoep staan te wachten. Het witte paard dat aan de rand staat, schraapt ongedurig met zijn hoef. De boot komt aan varen.
Mijn wangen beginnen te gloeien, mijn ogen te tranen en mijn rug te jeuken. Jeremy, de enige dorpsneger van Alem, zo’n 33 jaar geleden geadopteerd door Krijn en Lia van Duren, draagt mijn mijter, mijn mantel en mijn staf.



Wie is Linda van Doorn?

Linda is redactrice bij Lef Magazine, dramatisch theaterbeest uit 's-Hertogenbosch en specialist ‘lachen om flauwe grappen’ bij Het Schrijversgenootschap. ‘Ik werk met woorden,’ zei ze op haar sollicitatiegesprek en sindsdien moet ze van ons verplicht tijdens elke redactievergadering de superhandige Schrijversgenootschap-overall™ (met zakken voor alle soorten pennen en notitieblokken!) aan. Linda schrijft sinds februari 2014 voor Het Genootschap en haar indrukwekkende digitale fanschare rept al vanaf het begin van “de beste schrijver op de website”. Daar zijn we dus mooi klaar mee. Drama op de redactie. (JE / HdK) Volg Linda op Twitter →
Standard