Kop-staartbotsing

Bretagne (2003)

Ken je dat, dat je iets heel lang doet en dan bang bent dat je er in blijft hangen? En dan bedoel ik niet blijven hangen in oud verdriet of een slepende relatie, maar onschuldigere, onbelangrijkere dingen. Het nadoen van een Brabants accent of je ooglid omklappen, bijvoorbeeld.

Het kan ook meer neurotisch van aard zijn. Dat je iets doet dat je steeds moet blijven doen, zoals stoeptegels tellen of alleen op de witte banen van een zebrapad staan of alle gele auto’s die je ziet bijhouden in een opschrijfboekje.

Zoiets had ik, dus. Ik had een tic opgelopen door ergens veel te lang mee door te gaan. Het begon onschuldig, maar ik kon er niet meer mee stoppen.
Ik draaide namelijk de letters van een samengesteld woord om en op een gegeven moment deed ik dat veel vaker dan ik liefhad. Het werd een aandoening.
Liepen we door het bos, riep ik ineens: ‘Pas op: stroombonk’. En hysterisch lachen dat ik deed! Mijn ouders werden gek van me. Later hebben ze me verteld dat ze de hele winter van 2002 oordoppen in hebben gehad. Dat was geen pretje, die tijd.

Het hoogtepunt van mijn aandoening kwam tijdens de vakantie in 2003, toen ik samen met mijn ouders naar Bretagne ging. Sommige sloegen nergens op, anderen waren sterk. Die vakantie heb ik in totaal honderdnegenenzeventig woordomdraaiingen gemaakt, waarvan ik uiteindelijk ‘woltegen’ een van de leukste vond – vlak voor de péage kwamen we namelijk langs een weiland vol schapen. ‘Moucheduntje’ vond ik het meest nietszeggend en ‘smuile veerpijp’ vond ik het minst plezierig. Wat waren de ouders van dat meisje onaardig geweest, zeg.

Toen we eerder teruggingen dan gepland, reden we op een Belgische snelweg. Mijn moeder was met de kaart in de weer, mijn vader reed. De radio stond aan, er kwam net een bericht voorbij over file in verband met een kop-staartbotsing ter hoogte van Luik.
Mijn moeder riep: ‘Kunnen we zo even stoppen? Ik kan de kaart zo niet goed lezen. Je moet er hier af, volgens mij.’
‘Stop-kaartbotsing,’ zei ik voor me uit.
Op dat moment gaf mijn vader een ruk aan het stuur, hoorde ik een klap aan de achterkant en werd ik door de auto geslingerd. We mankeerden niks, maar ik was wel van mijn zenuwtrekje af dankzij een aanrijding met Karma haarzelf.

Standaard