Verhaal #577 • Afgesproken thema: Erfenis

Ze dachten dat ik een hoer was

Ze dachten dat ik een hoer was.’ Mijn kleindochter schrikt op uit haar slaap. Haar hand ligt op de mijne, maar ze werd niet tegelijk met mij wakker door de schok die mij uit mijn droom rukte. Mijn vader werd voor mijn ogen doodgeschoten, voor de zoveelste keer sinds 1942. Ik was zestien.

‘Wie dachten dat, oma?’, vraagt ze. Haar ogen zijn rood en er zitten korreltjes slaap in de hoekjes.

‘Buurtbewoners. Er kwamen dagelijks mannen aan de deur omdat ik valse papieren kon leveren. De mensen in de straat telden één plus één bij elkaar op. Ik liet het zo. Dat was veiliger.’
Ze draait wat op haar stoel. Minutenlang is het stil, ik dommel weer wat in.

‘Je hebt nooit eerder over de oorlog gepraat.’

Het is een vraag, waarom ik er nu wel over praat. Ik open mijn ogen en zucht. ‘Vroeger had ik nachtmerries, over mijn vader. Toen ik zelf kinderen kreeg, verdwenen ze. Maar sinds een jaar of twee zijn ze er weer. Als ik dan wakker word, voel ik me weer zestien. Het zestienjarige meisje dat besloot nooit te buigen voor de Duitsers, voor níemand, op het moment dat die rotzakken haar vader door zijn hoofd schoten. We deden niemand kwaad, we gingen alleen maar medicijnen halen voor mijn moeder.’

‘Wat vreselijk oma. Dat wist ik niet.’

Nee, dat wist niemand. Degenen die het wisten, stierven in de oorlog of vlak er na. En ik hield het voor me. De nachtmerries waren jarenlang het enige dat ik nog van mijn vader had. Het voelde als ons geheimpje.

‘En je moeder?’

Een traan kruipt uit mijn ogen. Mijn moeder was al ziek toen mijn vader werd vermoord. Ze wist niet hoe ze het zou moeten bolwerken en nam een andere man in huis. Ze trouwden niet, ze hadden zelfs niet echt een relatie, maar ik moest hem wel mijn stiefvader noemen. ‘Hij wist wat ik deed, maar hield dankzij mijn moeder zijn mond’, mijmer ik. ‘Anders zou hij me zeker hebben aangegeven. Ik verdacht hem er van verbondjes te hebben met de Duitsers.’
Ik leg mijn hand op mijn borst en schrik. ‘Waar is mijn kettinkje?’ Mijn stem beeft een beetje.

‘Het ligt hier oma’, ze wijst op het nachtkastje. ‘Heb je het liever om?’

Ik knik en til mijn hoofd een beetje op zodat ze me het gouden kettinkje om kan doen. Vlak voordat mijn moeders kist gesloten werd, nam ik het van haar hals en stopte ik het in mijn zak. Nog diezelfde dag, twee uur na de begrafenis, schopte mijn stiefvader me het huis uit. Ik moest het nu alleen doen, zei hij. ‘Ik fietste naar mijn grootouders en samen met hen vierde ik twee maanden later de bevrijding. Sindsdien draag ik haar ketting. Het is het enige dat ik nog van haar heb.’
Ik vertel haar over de straat van mijn opa en oma, waar ik elk jaar naar terug ging om de bevrijding te herdenken en dat ik daar haar opa leerde kennen. Ik glimlach en laat me in de kussens zakken, het verhaal is verteld.

‘Waarom lach je oma?’

Ik knijp in haar hand, zo hard als ik kan, het zal voor haar niet anders voelen dan een liefkozend kneepje. ‘Ik lach omdat ik blij ben dat ik snel naar je opa toe kan. Ik mis hem.’



Wie is Linda van Doorn?

Linda is redactrice bij Lef Magazine, dramatisch theaterbeest uit 's-Hertogenbosch en specialist ‘lachen om flauwe grappen’ bij Het Schrijversgenootschap. ‘Ik werk met woorden,’ zei ze op haar sollicitatiegesprek en sindsdien moet ze van ons verplicht tijdens elke redactievergadering de superhandige Schrijversgenootschap-overall™ (met zakken voor alle soorten pennen en notitieblokken!) aan. Linda schrijft sinds februari 2014 voor Het Genootschap en haar indrukwekkende digitale fanschare rept al vanaf het begin van “de beste schrijver op de website”. Daar zijn we dus mooi klaar mee. Drama op de redactie. (JE / HdK) Volg Linda op Twitter →
Standard