Verhaal #576 • Afgesproken thema: Erfenis

De erwten van Mendel

Mendel kwam net van de begrafenis van zijn vader die hij, ironisch genoeg, vervroegd had verlaten. Nu zat hij op een bankje in een park in Antwerpen. Hier voelde hij zich op zijn gemak, hier kwam hij vaker.

Het was vrijdagochtend, half twaalf. Hij was precies op tijd, al wist hij zelf nog van niks. Hij had niks dan zijn lege handen bewust bedachtzaam ineen gevouwen op zijn schoot.

Uit de binnenzak van zijn colbert haalde Mendel een pakje sigaretten en stak er een op. Een man in een paars met wit joggingpak kwam hijgend voorbij, iets verderop gooide een vrouw stukjes brood in het water. Een wandelende man had zijn zoontje op zijn nek. Mendel zat en rookte en wachtte tot de emotie zijn intrede deed, gepaard met herinneringen aan zijn vader. Maar dat bleef uit. Hij had nooit op de nek van zijn vader gezeten, al wist hij dat niet zeker. Ook andere momenten schoten hem niet te binnen. Geen memorabele voetbalpotjes op het veldje met de grote boom, geen voorgelezen verhalen over verzonnen kabouters of voor hem gewonnen prijzen in de schiettent op de kermis. Hij was volledig leeg.

Een man in een te groot zwart pak en met een slepend been liep het park in, Mendel zag hem al van ver. Hij stopte bij het bankje van Mendel, al wilde die zich het bankje volstrekt niet toe-eigenen: hij zat helemaal aan het uiteinde. Een klein duwtje en hij zou eraf vallen. Maar de man duwde hem niet, hij stelde hem een vraag.

‘Kunt u wat kleingeld missen?’

Mendel schudde zijn hoofd van niet en zei toen snel van wel, maar dat hij het niet bij zich had. De man vroeg daarna om een sigaret, die hij kreeg. Beide mannen opgelucht.

Een vrouw met een plastic bakje in haar handen kwam naast hem zitten.

‘Zo. Even uitrusten,’ zei ze voor zich uit, maar in de hoop dat Mendel erop zou reageren.

Hij wist niet goed wat hij ermee aan moest en vroeg maar wat er in het bakje zat.

‘Erwtenzaad. Ik heb verderop een moestuintje en ik ga zo zaaien. Loop je anders mee?’

Ze had zich inmiddels voorgesteld als Sarah en samen wandelden ze over het kronkelende pad van het park. Ze minderden vaart bij een groepje jongens waarbij het vier tegen één was. De jongens lummelden met zijn pet, lieten hem struikelen en spuugden hem in het haar. Mendel twijfelde of hij iets moest doen, maar zij haakte haar elleboog in die van hem, versnelde haar pas en daarmee de zijne.
Bij de moestuin bleef hij op een paar meter afstand, hij liet de vrouw haar gang gaan. Hij keek naar haar pluizende, donkere krullen. Naar een van hen los op haar lichtpaarse jas, naar haar afgetrapte kistjes.
‘Niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is en dat van dit geheimenis God het begin en einde is,’ zei ze bij elke erwt die ze onder de grond stopte.
Mendel deed een stap naar voren, hurkte naast haar neer. Hij stopte zijn handen in de aarde en wroette. Hij zuchtte tevreden: hier voelde hij zich op zijn gemak, hier zou hij vaker komen.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard