Verhaal #574 • Afgesproken thema: Erfenis

Ik lijk steeds meer op jou

Natúúrlijk gooi ik zeven én de zwarte piratenboot op het moment dat ik tien kaartjes heb én de zwarte piratenboot nog maar één vakje van de aanval op ons Catan-bord verwijderd is – en ik de enige ben zonder ridders, zodat we de strijd verliezen en ik als enige mijn enige overgebleven stad kwijtraak.

Razend van woede ram ik mijn vuist op tafel en spring op, waardoor mijn stoel naar achteren vliegt, tegen de houten kast die we van mijn ouders hebben gekregen.

“KUTFUCK! KLOTESPEL!”

Ik loop weg, twee van m’n drie medespelers verbaasd achterlatend. Alleen m’n vriendin niet, die is vooral verdrietig, misschien wat berustend. Ze had het al zien aankomen, zoals ze bij ieder spelletje weet dat het eraan komt.

Daarom laat ze mij ook winnen.

Als ik buiten kom, kost het me een half blok lopen om tot rust te komen, maar daarna voel ik de woede richting het spel snel omslaan in woede naar mezelf. In de weerspiegeling van een raam zie ik mezelf niet, maar m’n vader. Hoe ouder ik word, hoe meer ik op die man begin te lijken.

We zijn perfectionist. We zijn veiligheidszoekers. We zijn gevoelig en emotioneler dan we willen toegeven. We zijn gedreven. We kunnen er niet tegen als iets niet gaat zoals wij willen. We haten het als falen van anderen ons de das om doet. We raken buiten zinnen als het allemaal oneerlijk is.

We kunnen niet zo best tegen ons verlies.

Vroeger ging het wel. Vroeger kon ik prima een paar potjes Yahtzee verliezen zonder tierend als een holbewoner de straat op te rennen. Ik had misschien nog meer van de zachtheid van m’n moeder in me. Nu niet meer. Nu schaamt m’n vriendin zich voor me.

“Het spijt me, jongens. Ik zal normaal doen.”

Ik zie dat m’n vriendin het inmiddels aan ze heeft uitgelegd. Ze knikken beleefd maar bang dat het goed is en ik ga weer zitten. Ik zie ze vluchtig blikken naar me werpen tussen het concentreren op hun kaartjes door. Keurig neem ik mijn stad van het bord, plaats er een dorp voor in de plaats en gooi vijf kaartjes terug op de stapels. Ik ga niet winnen, maar ik ga wel rustig blijven.

Vaak kan ik het spelletje na zo’n uitbarsting prima uitspelen. Dan is de woede weg, besef ik hoe stom ik ben en ga ik liefhebbend verder. Maar de uitbarsting komt altijd weer terug. Soms na twee spelletjes, soms na vijf, soms al bij de eerstvolgende. Net als mijn vader, die door het lint gaat als een computer niet doet wat hij wil, blijf ik gevangen in een cirkel van boosheid.

Onvermogen.

En daar kan ik zó kwaad om worden.



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard