Geboortekaartjes

Ouder worden

Mark en Willem zitten in de bedrijfskantine, en laat het nou net lunchtijd zijn. De twee mannen hebben hun in boterhamzakjes verpakte lunch uit de koelkast die in de bedrijfskeuken staat meegenomen. Dat is geen keuken waar je kan koken, maar er is wel een aanrecht, een gootsteen met een kraan en een koffiemachine. En een koelkast dus, waarin de twee mannen elke ochtend hun meegebrachte boterhammen leggen zodat ze lekker vers blijven. Dan begint Mark met praten, wat meestal het geval is als de twee gaan lunchen.

‘Ik moest gisteravond ineens heel erg nadenken over het leven en de dood. Over mijn leven, mijn dood, Willem. Nieuw leven, oud leven, ouder worden. Over eventueel oud worden, want dat is niet voor iedereen weggelegd. In ieder geval word ik nooit jonger, dat staat vast. Toch? We kunnen alleen vooruit.’

Mark kijkt op naar zijn collega, die hem niet gehoord lijkt te hebben.

‘Deze jongen heeft toch maar mooi de hele ochtend mijn zakje gesloten gehouden,’ zegt Willem, terwijl hij met de sluitclip van zijn boterhamzakje prutst.

Mark gaat verder.

‘Soms doe ik van schrik niks. Dan zit ik tijd te besparen. Ik denk dan na over wat ik het best kan doen met mijn tijd. Ik vouw dan bijvoorbeeld de was niet op, omdat ik bang ben om tijd te verliezen, om iets te missen. Maar uiteindelijk doe ik dan niks. Gek, hè?’

Willem neemt een hap van zijn bruine boterham met oude kaas. Hij lijkt te knikken, maar het kan ook zijn dat hij gewoon wat nadrukkelijk kauwt. Mark vertelt onverstoorbaar verder.

‘Gister zag ik een toneelstuk. Op een gegeven moment zongen ze een lied over ouder worden. Het deed me denken aan Bram Vermeulen – God hebbe zijn ziel – die zong van een wedstrijd tegen de tijd, waarin de tijd voorstaat. Snap je, Willem? Snap je?’

Willem knikt een aantal keer achter elkaar.

‘Waarom ben ik toch zo onzeker, Willem? Waarom twijfel ik over alles? Soms denk ik: zal ik het leven bij de lurven pakken? Kan ik mijn schaduw een zet geven en een stap in het licht doen? Een stap vooruit? In het licht? In mijn licht? Maar er gebeurt niks, hoor.’

‘Het is bijna tijd, Mark.’

Hij maakt een hoofdbeweging naar de amper aangetaste boterhammen die voor zijn collega op tafel liggen. Vlug neemt Mark twee grote happen en vervolgt met volle mond.

‘Elke dag hetzelfde liedje. En maar ouder worden,’ mompelt hij.

‘Wat zou je eigenlijk willen dan?’ vraagt Willem.
‘Ik wil geestige geboortekaartjes ontwerpen. Ik heb al wat ideetjes. Wil je ze horen?’
‘Het is tijd, Mark.’

De mannen staan op, lopen weg en gaan weer richting de werkvloer. De lunch is weer voorbij.

Standaard