Geboortekaartjes

Zeventien

Het leek net dat liedje van Doe Maar. Willem haalde de tekst uit zijn geheugen naar voren en zong een stukje voor haar. Stom natuurlijk, zo’n toeval is veel te onwaarschijnlijk om waar te zijn.
Belle Helene,” zei ze. “Niet Belle Elaine.”
Maar dat was veel later. Als je terug zou gaan naar het begin, aan Willem zou vragen waar dat zou zijn, zou hij zeggen dat het – hoe toe passelijk – op een bruiloft was. Maar in zekere zin is dat een leugen. Het begon namelijk allemaal met een geboorte.

Toen hij haar voor het eerst zag was hij net negentien, de ideale leeftijd om jezelf naar de vernieling te helpen. Bob was twintig en een idioot. Ze volgden dezelfde opleiding, het tweede jaar Nederlandse Letterkunde aan de VU, en deelden een passie voor bier drinken en obscure muziek luisteren in een van de vele schemerige barretjes die Amsterdam rijk was. Willem woonde in een piepklein, smerig kamertje in West, Bob huurde een appartement met turqoise deuren in de Blasiusstraat. Samen met Marthe. Op een zaterdagavond nodigden Bob en Marthe Willem uit voor een diner, wat nog nooit was gebeurd, en Marthe kookte drie gangen voor hem, wat ze nog nooit had gedaan. Na het toetje dat een onuitspreekbare Franse naam vertelden ze hem dat Marthe zwanger was, zij stralend, hij met een grote lach maar ogen waar Willem angst in las. Zes maanden later kwam het geboortekaartje: Elaine is geboren! op een achtergrond van een van Marthe’s pogingen tot impressionisme. Willem zag zijn beste vriend wegzakken in het moeras dat vaderschap heette, afspraken werden afgezegd, geld moest bespaard worden en er werd iets afschuwelijks ingevoerd dat alcoholvrije vrijdag heette. Er waren vijf jaren waarin het contact langzaam verwaterde, vijf jaren waarin Elaine opgroeide van dikbenig roze frommeltje tot een kleuter met grote, donkere ogen. Willem begon vol zelftwijfel aan zijn carrière en daar pasten Bob en zijn kleine meisje niet in.

De uitnodiging voor Bobs tweede bruiloft kwam als een verrassing. Er was net een verbroken relatie, een blondine met een kinderwens die bij haar vertrek zijn hele muziekcollectie had meegenomen en daarna de helft weer voor zijn deur in een kartonnen doos had achtergelaten, de cd’s in de verkeerde hoesjes. Er waren verwijten, dingen die hij fout had gedaan, dingen waar hij niet aan wilde denken. De bruiloft van Bob-van-twaalf-jaar-geleden en ene Mercita was een welkome afleiding.

En terwijl die twee elkaar het jawoord toefluisterden, viel Willems oog op de brunette die haar blik over hem heen liet glijden alsof het haar handen waren. Hitsig ding. Ze bleven oogcontact maken tot het diner, waar hij tijdens het toetje naast haar ging zitten en zich voorstelde. Toen ze zei dat ze Elaine heette verslikte hij zich bijna in de aardbeienmousse.
“Bobs dochter?”
Ze knikte en dat was het enige wat ze erover zeiden. Ze hadden het over Bob en Mercita, over hoe Bob snel aan zijn tweede leg zou beginnen, over hoe Elaine walgde van het idee van een nieuw gezin. Later op de avond vroeg ze of ze met hem mee naar huis mocht.

Met haar achterop zijn oude fiets, haar handen om zijn middel, reden ze naar zijn huis zonder een woord tegen elkaar te zeggen. Hij opende de deur voor haar, liet haar voorgaan. Binnen ging ze onwennig op zijn bed zitten en keek hoe hij zijn jas uitdeed en hem samen met de hare ophing. Op dat moment werd hij getroffen door haar ogen. Ze keek zo jong. Dezelfde ogen als de kleuter van twaalf jaar geleden. Meteen kreeg hij spijt van zijn beslissing haar mee naar huis te nemen.

“Misschien moeten we…”
Ze schudde haar hoofd. “We moeten niks.”
Met haar smalle handen trok ze hem naar zich toe en op dat moment was er niets kinderlijks meer in haar gedrag. In een fractie van een seconde zwichtte hij. Daarna was er de volgende ochtend, licht dat door de luxaflex naar binnen scheen en de vorm van haar heup onder het laken. Ontbijt dat hij maakte, telefoonnummers die ze uitwisselden. En nog later was er Bob met zijn razernij, Bob die zijn fiets in elkaar trapte en stenen door zijn ruit gooide. Die dreigde naar de politie te gaan en hem aan te geven. En al die tijd was er dat nummer van Doe Maar, dat maar door zijn hoofd bleef spelen.

Standaard