Slechte mensen

Horres en Van Dam in: Een Snoodaard Gezuiverd

Mwuuahhaahahahaaaaaa!’

Het kale hoofd van de man is spierwit en weerspiegelt de paar vale lichtjes die de kamer trachten te verlichten. De ogen van de twee detectives schieten heen en weer langs het hoofd en de tralies die ze opeens voor zich zien. Ze zijn zojuist onder een stalen kooi terechtgekomen, die pardoes uit het plafond kwam vallen toen ze de duistere kamer betraden.

‘Jullie zijn te laat, Horres en Van Dam! Mijn kwalijke plan om de stad te vernietigen is al in gang gezet! Ik laat jullie hier straks achter en rijd daarna met mijn witte bestelbus met kenteken 87-KJ-99 naar de Hoofdstraat, waar ik-’
‘-ho even, ho zeg. Ga je me nou serieus vertellen dat jij een slecht plan hebt, dat je ons daarvoor in een stalen kooi vangt en ons daarna precies uitlegt wat je gaat doen, zodat we je in de derde akte achterna kunnen zitten en je kunnen verslaan?’

Verbijsterd kijkt Van Dam om zich heen, hopend in Horres een medestander te vinden. Die reageert niet, en Van Dam gaat verder.

‘Ik dacht het toch hopelijk niet he? Waar zijn we trouwens, in het clichémuseum, met dat slechte licht? Installeer eens wat fijne led-verlichting! En waar is je kat?’
‘Mijn kat?’
‘Ja, je kat ja. Als je toch die kwade genius gaat uithangen kan je maar beter ook zo’n witte kat nemen die je dan constant blijft aaien terwijl je praat. Beter nog: hij moet blazen naar mij als ik praat, omdat-ie een verlengstuk is van jouw slechtheid.’
‘Oh, eh, ja, daar had ik nog niet echt aan gedacht.’
‘Echt niet? Nou, dan geloof ik niet dat jij de stad ook echt wil verwoesten. Kom, Horres, we gaan. We laten hem wel oppakken door de verkeerspolitie.’

Van Dam schuift zich zijwaarts tussen de tralies door, gevolgd door Horres die er door z’n buikje iets langer over doet.
‘Ooh, wat stom zeg! Ik had natuurlijk de ruimte tussen de tralies moeten controleren voordat ik een kooi van 100.000 euro in het plafond laat monteren’, slaat de man z’n hand voor de kop.
‘Nee, dit is niet zo handig inderdaad. Goed, tot ziens. We zien je zogenaamde verwoesting wel tegemoet.’

Als Horres en Van Dam buiten staan en Horres een sigaretje opsteekt, komt de kale man achter ze aan rennen.
‘Jongens, kunnen jullie even helpen met het terughangen van de kooi? Het is zo’n zooitje nu.’
‘Tuurlijk’, draait Van Dam zich direct om. Horres drukt z’n sigaret uit tegen de muur en sjokt achter Van Dam aan naar binnen.
‘Heel aardig. Willen jullie wel even jullie voeten vegen? Ik probeer het een beetje netjes te houden.’

Twee uur later stappen Van Dam en Horres bezweet maar voldaan de deur weer uit.
‘Mooi werk, Horres.’
‘Ja, ik denk dat we de kamer zo veel ruimtelijker hebben gemaakt. En de pasteltinten geven toch wat meer rust dan Bert gewend was he?’
‘Hij was er erg blij mee. En zo zie je: slechte mensen bestaan niet. Goed, aan het werk dan maar weer. Druk jij op het knopje?’
‘Is goed, Van Dam.’

De twee topdetectives van de regionale politie lopen bij het pand vandaan, dat achter hen explodeert. Deursplinters, toupetjes en stukjes tl-verlichting vliegen langs het tweetal heen, maar die kijken niet op of om. Weer een stukje stad van gespuis gezuiverd.


Lees de eerdere avonturen van Horres en Van Dam:

De Kille KatanaKiller
De Dode Wodkaliefhebber
– Vuile Spelletjes
Het Regent
Met Voorbedachten Rade
Het Witte Goud

Standaard