Verhaal #546 • Afgesproken thema: Slechte mensen

De verdorven verzameling

Pepijn was een goede jongen, heus. Hij deed nooit iemand kwaad, haalde hoge cijfers en zat altijd in de hoogste voetbalteams. Maar er gebeurden steeds de meest vreemde dingen. Het was vorig jaar winter begonnen, net na zijn zestiende verjaardag.

Mevrouw Kolk, de buurvrouw aan onze linkerkant, had bij ons aangebeld met de vraag of dit onze kat was. Ze had een doosje bij zich met daarin het verminkte lichaam van wat inderdaad Leeuwtje bleek te zijn. Daarna vroeg ze waar Pepijn was. Ik zei dat hij bij een vriendje was, hoezo? Ze zei dat ze twee jongens rotjes in Leeuwtjes je-weet-wel had zien stoppen en dat een van hen Pepijn was. Overmand door emoties zei ik dat ze niks in haar hoofd moest halen, hij nooit zoiets zou doen en dat we samen met de politie de daders zouden achterhalen.
Later die avond kwam Pepijn thuis en ik vertelde hem het slechte nieuws over Leeuwtje. Hij reageerde geschokt en stelde voor dat we een beloning zouden uitloven voor degene die de daders zou vinden. Hij heeft zelfs nog geholpen met het maken van een flyer, die we in de buurt hebben opgehangen.

Ik begon steeds meer aan hem te twijfelen. In het voorjaar had hij ineens een scooter bij elkaar gespaard. Hij werkte in een supermarkt als vakkenvuller, dus een vetpot kon dat niet zijn. Ik vroeg hem hoe hij zo snel aan dat geld kwam, en hij zei dat hij in tussenuren extra had gewerkt. Ik geloofde hem. Wat kon ik anders doen?
Als hij niet constant de hort op was, trok hij zich terug op zijn kamer en ik koppelde dat aan typisch pubergedrag. Dat zou wel over gaan. Maar hij werd zo springerig en prikkelbaar als ik ook maar in de buurt van zijn kamer kwam, dat het mijn argwaan aanjoeg. Elke dag zat zijn kamer op slot, maar op een gegeven moment had hij zijn deur open laten staan toen hij ging douchen.
In de hoek van zijn kamer zag ik een stapel bebloede handdoeken liggen, maar dat was niet wat me het meest schokte. Die enorme verzameling, de speciale vitrinekast. Ik heb de deur dichtgegooid, ben naar beneden weggerend en in de tuin heb ik overgegeven. Wat moest ik in vredesnaam doen?

Nachtenlang heb ik wakker gelegen. De derde nacht nadat ik achter zijn geheim kwam, hoorde ik hem thuiskomen. Ik hoorde het geronk van zijn scooter buiten, ik hoorde hem afscheid nemen en ik hoorde hem geen moeite doen om zachtjes te zijn. Ik kwam overeind, hoorde hoe hij de trap op kwam. Toen hij bij zijn kamer was, vroeg ik of hij een kop warme melk wilde.
‘Ik kan ook niet slapen,’ zei ik.
Hij begon te tieren, zei dat ik me niet met zijn zaken moest bemoeien.
Toen zag ik dat hij iets in zijn hand had.
‘Wat moet jij met een moersleutel midden in de nacht?’ durfde ik hem te vragen.
Hij schreeuwde dat zijn scooter kapot was gegaan, gooide de moersleutel vlak langs mijn hoofd tegen de muur en raakte een lijstje met een foto van zijn vader.

Ik zei dat het voor mij ook niet makkelijk was, waarop Pepijn de deur dichtsmeet.
De volgende dag belde ik de politie op en vertelde hen wat voor slechte moeder ik was.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard