Verhaal #542 • Afgesproken thema: Roken

Niets meer dan nu

Ik zit op ons balkon met de hond aan mijn voeten en rook maar. Ik vang flarden op van het telefoongesprek dat mijn vrouw binnen voert.

‘Het kan ook gewoon de ouderdom zijn,’ zegt ze.

Ik kijk naar onze schone kleren aan de waslijn en ik vraag me af hoe erg die straks naar sigarettenrook zullen ruiken. De balustrade zit onder de groene aanslag, die moet nodig eens schoongemaakt worden. Misschien dat-ie dan ook opnieuw gewit moet worden, maar dat zien we dan wel.

‘Ze weten heus wel wat ze doen,’ hoor ik.

De wespenvanger bungelt in de wind en hoewel ik er sinds het zomer is nog geen heb gezien, zit er één wesp in.

‘Wil je de korte of de lange versie?’ zegt ze als ze door het kralen gordijn het balkon op komt.

‘De korte,’ zeg ik.

Ik trek met mijn lippen een nieuwe sigaret uit mijn pakje en bied haar er een aan. Met de aansteker die naast mij op het bankje ligt, steekt ze ‘m op. De hond kijkt even op, verbaasd als hij is.

‘Vind je het eigenlijk niet gek om nu te gaan zitten roken?’

Ik zwijg, omdat ik weet dat ze niet perse een antwoord verwacht. Ik zie dat de planten op het punt van bederven staan. In de keuken pak ik een glas water en giet het leeg in de aarderode bakken, maar ik vrees dat het al te laat is.
Ik voel de behoefte om een kantoor met een uitzicht te hebben, waar ik laat op de avond naartoe kan gaan. Een plaat van Chet Baker opzetten, bedachtzaam drinken. Maar dit soort wensen spreek ik niet hardop uit, ik rook zuchtend een sigaret.

Nu pas zie ik de duif op het schuttinkje. Hij moet er al een tijdje zitten, anders had ik hem wel opgemerkt. Hij zit daar gewoon wat te zitten, onverstoord. Zelfs als de hond naar binnen trippelt, verroert hij zich niet.

‘Kutduif,’ zegt ze.

Maar hij doet helemaal niks, hij doet helemaal niks fout.

‘Wist je dat duiven niet poepen als ze vliegen? Dat doen ze zittend. Net als wij,’ zeg ik om haar af te leiden.

Mijn vrouw pulkt aan een korstje op haar arm.

‘Wat wil jij eigenlijk van mij?’

Haar vraag slaat me uit het veld. Ik vraag me af wat er precies voor zorgt dat ik alleen een afgezaagd antwoord kan bedenken: liefde, vriendschap, genegenheid. Om er niet te lang bij stil te staan, stel ik ook een vraag.

‘Wat wil jij van mij dan?’
Heel even pauzeert ze.
‘Niets meer dan nu.’

Ze is me te slim af, hoewel dat te negatief klinkt. Dan gaat de telefoon. Ze loopt naar binnen en ik steek een nieuwe sigaret op.

Als ze even later terugkomt, zegt ze:

‘In deze tijd van het jaar zouden er al nieuwe knopjes aan de planten moeten zitten.’

Ik druk de sigaret uit, inhaleer diep en lang en zwijg.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard