Roken

Drama gezocht

Ik ben Amy Winehouse zonder drugs. Lance Armstrong zonder epo. Stephen Hawking zonder computer.

Ik ben een schrijver zonder drama. Niks geen moeilijke jeugd, foute vrienden of mishandelende ouders. Niks geen drugsproblemen, alcoholverslaving of verlammend autisme. Dus de vraag rijst: wat kan ik schrijven?

Om te voorkomen dat er nooit wat van mij komt, als schrijver, sta ik nu te twijfelen bij de tabakszaak bij mij om de hoek. Het plan was om te beginnen met roken, maar ik houd van mijn longen en wil eigenlijk helemaal niet sterven aan kanker. Maar ja, daar staat dan tegenover dat een sigarettenverslaving heel goed staat, als schrijver. Het geeft je iets noodlottigs, melancholieks.

‘Goedemorgen.’
‘Goeiesmorgens.’
‘Eén pakje sigaretten alstublieft.’
‘En welke mag het wezen? Pall Mall, Malboro Gold, Malboro Light, Camel Filter, Gauloises Blond, Lucky Strike, Kent, West Silver, Kornet Menthol, Kornet Full Flavour?’
‘Oh.’
‘Oh?’
‘Ja, ik had verwacht dat het filmischer zou zijn dan dit. Dat ik met de zon in mijn rug binnen zou komen, een pak sigaretten zou verlangen en die dan zonder blikken of blozen naar me toe geschoven zou krijgen over de stoffige toonbank.’
‘Stoffige toonbank? Wat zullen we nou krijgen? Flikkert u maar op naar buiten, meneer.’

Iedere grote schrijver had en heeft wel wat. Het is een verplichting, maar eentje die mij pas is medegedeeld toen mijn kwetsbare jaren voorbij waren. Mark Twain, bijvoorbeeld, verloor drie broertjes en zusjes. Mulisch maakte de oorlog mee. En Hemingway, de grootheid, verdronk zichzelf in de alcohol.

‘Goedemiddag.’
‘Middag.’
‘Ik zag dat u nog een pizzabezorger zocht. Op die positie wil ik graag solliciteren.’
‘Oh. Joh. Bent u… Bent u niet een beetje te oud om pizzabezorger te worden?’
‘Charles Bukowski werkte ook in een postkantoor.’
‘Ah, u bent er zo één. Meneer, u bent de vierde deze week. Het kan me niet schelen dat u verwacht de volgende Twain, Mulisch of Hemingway te worden. Voor mij is maar één ding zeker: u bent niet bijzonder, niet briljant en al zeker niet origineel als u hier pizza’s wilt gaan bezorgen. U gaat niets bereiken, wat ik u brom. Flikkert u dus maar op naar buiten, meneer.’

Ik probeerde net voor een tram te springen. Dat onding stond dik twee meter voor me stil. Daarna probeerde ik een auto, maar ook die stopte. De taxi waar ik vervolgens onder wilde rollen was al weg voordat ik er erg in had en de fietsers waar ik tussen sprong reden lachend om me heen. Zelfs verlamd raken en de ‘zielige schrijver’ worden is onmogelijk in deze klotestad.

Standaard