Almere

Ik moet jullie wat vertellen

Gerben worstelde al geruime tijd met zichzelf, maar was nu vastberaden om zijn ouders te vertellen waarom. Dagenlang had hij op zijn zolderkamertje gezeten en naar de tekens aan de wand gekeken. Naar de vlaggen die het plafond ontsierden en de posters aan de muur. Hij rommelde wat in de kast en vond de restanten van zijn kindertijd, zoals de mobiel met de welbekende symbolen die altijd boven zijn wieg had gehangen en de verontrustende tekeningen die hij had moeten maken.

Na lang aarzelen had hij het zijn vrienden wel verteld, die tot zijn verbazing erg positief reageerden. Het maakte hen niets uit, voor dat stelletje progressieven veranderde er niks. Voor Gerben was dit een enorme opluchting.
Zijn zus, die al een aantal jaar niet meer thuis woonde, wist het ook allang. Haar had hij het als eerst in vertrouwen verteld, maar dat was niet nodig geweest. Het lag er voor haar al jaren dik bovenop, vanaf het moment dat hij een ander soort strijkplaatjes koos voor op de gescheurde knieën van zijn spijkerbroek dan de jongetjes in zijn klas. Toch zei ze nee, toen hij haar om hulp vroeg het aan zijn ouders te vertellen. Ze kende haar vader immers ook en zat er niet op te wachten om onterfd te worden. Hij mocht wel altijd bij haar in Almere komen logeren, dat wel.

‘Mam, pap. Ik moet jullie iets vertellen. Kunnen jullie even gaan zitten?’
Zijn moeder keek even op van het strijken van het Hugo Boss-overhemd van haar man, die zelf gewoon doorging met het neerzetten van speelgoedsoldaatjes op een landkaart van Europa.
‘Asjeblieft, ga even zitten. Ik moet jullie iets vertellen.’
Toen ze weer niet reageerden, trok hij het verlengsnoer uit het stopcontact waardoor zowel het strijkijzer als de verlichting boven zijn vaders landkaart niet meer functioneerde.

‘Mam, pap: ik ben geen neonazi.’
De mededeling kwam als blitzkrieg bij heldere hemel.
Zijn moeder liet het strijkijzer vallen en sloeg haar handen voor haar mond.
‘Oh, mijn Gerben, oh mijn Gerben,’ stamelde ze.
Zijn vader was kort en fel.
‘Mijn huis uit. Nu.’

Huilend liep hij met een volle weekendtas naar het busstation van het dorp. Een bus, twee treinen, nog een bus en een klein stukje lopen en hij zou bij zijn zus aankomen.
Tijdens de rit door de regio dacht Gerben aan Arie Boomsma. Was er maar een televisieprogramma waarin echte taboes worden doorbroken, dacht hij. Want hoe kon hij zijn vrienden ooit vertellen dat hij nu in Almere woonde?

Standaard