Verhaal #523 • Afgesproken thema: Ezels

Iets met een appel en een boom

Dit was echt niet mijn bedoeling. Welnee, natuurlijk niet. Ik noemde hem alleen maar ezel omdat ik vond dat hij moest weten dat het niet zo handig was wat hij had gedaan en omdat ik stomkop te heftig vond voor een jongen van twaalf. Zeker voor zo’n jongen van twaalf.

Weggelopen’, constateerde de agent die mijn melding opnam. ‘Over een paar uurtjes weer thuis’, vulde haar collega aan. Pas vierentwintig uur later was er een Amber Alert uitgegaan. ‘U hebt hem beledigd, mevrouw Meijer. Waarschijnlijk is hij zo boos geworden dat hij u bang wilde maken. Hij heeft zich vast ergens verborgen waar hij de nacht droog en warm kon doorbrengen.’ Ze maken zich geen zorgen. Nogal wiedes; de vrouwelijke agent belde naar huis om te vragen hoe het met de kleine was en luisterde glimlachend naar het antwoord.
Morgen zal haar kleine haar uit haar slaap huilen. Mijn kleine, hoewel niet zo klein meer, is ergens buiten. Al achtenveertig uur nu. Het regent zachtjes, maar wolken die boven de stad in de verte hangen voorspellen een hoosbui. Mijn blik is al uren gericht op de straat en telkens als iemand de hoek om komt, veer ik op. Maar het was Ian telkens niet en ik ben bang dat het Ian de komende uren ook niet gaat zijn die de straat in loopt. Ik klem mijn handen om de theemok en mijn hete tranen verwarmen de afgekoelde drank.

‘Ach mevrouw, pubers van twaalf’, had de oude agent gezegd. Zijn snor wipte bij elk woord op zijn bovenlip en ik had de neiging er gemeen aan te trekken weten te onderdrukken. Ze begrepen het niet. Ian was niet zomaar een puber van twaalf. Ian was anders, een jongen van uitersten. Het ene moment uitbundig van vrolijkheid, het volgende moment een tyfoon van razernij. De schoolarts heeft me aangeraden verder onderzoek te laten doen en de afspraak bij de jeudpsychiater staat gepland voor morgen.

Voor de honderdste keer bel ik Ians nummer en even zovaak hoor ik zijn mobieltje overgaan in de slaapkamer. Waarom probeer ik het nog? Hij heeft het ding niet meegenomen, wanneer dringt dat nou eindelijk eens tot me door? Ik druk op de rode knop maar het rinkelen gaat door. Het duurt even voor ik begrijp dat het de deurbel is. Ian. Ik haast me naar de hal en trek de deur open, klaar om mijn kleinzoon in mijn armen te klemmen en hem te zeggen dat ik niet boos ben, maar dat hij me wel net zo angstig heeft gemaakt als zijn moeder twee jaar geleden, toen ze vermist was en uren later werd gevonden. Of tenminste, wat er nog van haar over was.

Het is Ian niet. De oude man met de wipsnor staat voor me, samen met zijn collega die morgen door haar kleine uit haar slaap wordt gehuild. Op hun gezichten lees ik wat ik eigenlijk al weet. Ian lijkt écht verschrikkelijk veel op zijn moeder.



Wie is Linda van Doorn?

Linda is redactrice bij Lef Magazine, dramatisch theaterbeest uit 's-Hertogenbosch en specialist ‘lachen om flauwe grappen’ bij Het Schrijversgenootschap. ‘Ik werk met woorden,’ zei ze op haar sollicitatiegesprek en sindsdien moet ze van ons verplicht tijdens elke redactievergadering de superhandige Schrijversgenootschap-overall™ (met zakken voor alle soorten pennen en notitieblokken!) aan. Linda schrijft sinds februari 2014 voor Het Genootschap en haar indrukwekkende digitale fanschare rept al vanaf het begin van “de beste schrijver op de website”. Daar zijn we dus mooi klaar mee. Drama op de redactie. (JE / HdK) Volg Linda op Twitter →
Standard