Verhaal #522 • Afgesproken thema: Ezels

Bruggetje

Het was een mooie dag, de eerste deze vakantie. Margot stond naast onze tent en wees naar de heldere lucht.
Kijk dan,’ zei ze, ‘dit wordt onze dag, lief.’
Ik knikte en trok daarna de veters van mijn nieuwe bergschoenen strak.

Na de oploskoffie liepen we richting het oosten, richting de bergen. Margot had haar oude, rode sweater aan, die ze gekregen had bij het lid worden van de studentenvereniging lang, lang, zo belachelijk lang geleden. Niet veel later zagen we elkaar voor het eerst in café De Gebroeders Zatklep aan de Grote Markt, daar waar elke student uiteindelijk na een avond stappen binnenrolde. Onze eerste kus was bij de kapotte sigarettenautomaat. Wat ik vervelend vond, want ik rookte toen nog als een ketter, minstens een pakje per dag.

‘Ezels,’ zei ik halverwege het eerste heuveltje. ‘Ezels zijn dus helemaal geen domme dieren.’
‘Wat zeg je, lief?’ antwoordde ze, doof als altijd.
‘Dat ezels geen domme dieren zijn.’
‘Wie zegt dat?’
‘Ik zeg dat. Je hoort me toch?’
‘Ezels zijn wel dom. Waarom zeggen we anders dat je niet als een ezel drie keer tegen dezelfde steen moet stoten? Nou?’
‘Dat is spreekwoordelijk.’
‘Het komt ergens vandaan, lief. Dat is alles wat ik zeg. Het komt ergens vandaan.’

We stopten bij een riviertje. Wat te doen? Er doorheen, terug of omlopen, op zoek naar een bruggetje dat niet op het kaartje stond. Ik zei niks, zij mocht beslissen. Het was immers allemaal haar idee geweest. Zij moest zo nodig hierheen.
Margot kneep met haar ogen, zoals ze altijd doet wanneer belangrijke beslissingen genomen moeten worden. Een oud huis laten opknappen of een nieuwe laten bouwen? Een extra auto of sparen voor later? Eindelijk een kind of een maand door Tibet trekken om het huwelijk nieuw leven in te blazen?
‘We gaan er omheen,’ zei ze. ‘Kom. Hop hop, en door.’
Ik stond op uit het gras en klopte het zand van mijn kont en uit de haren van mijn blote benen. Zwijgzaam volgde ik de Grote Leider die al een meter of drie voor me doorstapte.

Na een kleine versnelling liep ik in Tibet met aan de ene kant een rustig kabbelend stroompje en aan de andere kant mijn vrouw. Zweetdruppels gleden over mijn gezicht, deze inspanning was ik niet meer gewend.
‘Jezus reed Jeruzalem binnen op een ezel,’ zei ik. ‘En hij was niet bepaald op z’n achterhoofd gevallen, als je begrijpt wat ik bedoel.’
Margot keek me aan, kneep even met haar ogen. Ze houdt er niet van als ik de bijbel erbij trek om mijn gelijk te halen. Het voelt als een geheim wapen.
‘Oké,’ zei ze.
‘Hij wist ook dat ezels juist heel betrouwbare dieren zijn,’ ging ik verder. ‘Ze zijn sterk en bescheiden.’
Margot zweeg. Of ze nog luisterde wist ik niet. Was ook niet belangrijk.
‘Ezels zijn paarden zonder kapsones. Als het er op aankomt, kun je zonder gezeur de hele wereld met ze rond.’
Margot wees en zei: ‘Kijk lief, daar gaan we er over.’



Wie is Harm de Kleine?

Harm zit in de media. Harm zit in de muziek. Harm houdt van grappige grapjes waar je om kunt lachen. Harm kijkt graag naar de Rijdende Rechter. Harm koopt zelf zijn sjaals, want ook dat is Harm. Harm kon vroeger heel goed voetballen. Harm heeft later een eigen comedyserie op televisie. Harm zal ooit te gast zijn bij De Wereld Draait Door. Want Harm wordt beroemd. Al zal hij dat zelf zo niet zeggen. (JE) Volg Harm op Twitter →
Standard